De laatste

Vijf jaar lang heb ik de mooiste baan van Rotterdam gehad: columnist van het AD Rotterdams Dagblad. Een column is iets magisch. Het geeft mij een smoes om plekken te bezoeken en mensen aan te spreken die ik anders alleen van een afstand zou kennen. De column geeft me ook de kans om mensen en organisaties uit te lichten die van Rotterdam een betere plek maken. Zo belandde ik een paar jaar geleden op het spreekuur van Stichting ROS, Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt. Er was een vrouw met een dochter van precies dezelfde leeftijd als mijn eigen dochter. Het kind was ziek. Kon het ROS misschien helpen bij het zoeken naar medische hulp? De vrouw was opeens geen anonieme illegaal die als steriel getal wordt opgenomen in statistieken, maar een medemens, met haar een eigen verhaal en geschiedenis. Een moeder die voor haar dochter wilde zorgen- net als ik.

In mijn columns heb ik vooral aandacht willen vragen voor het schone, het ware en het goede in het dagelijks leven in Rotterdam. De onverwachte pareltjes die ons doen glimlachen en voor een momentje optillen. Ik noem de Marokkaanse heer die de bril van de Joodse mede-reiziger in de trein opraapte, daags na de aanslag op Charlie Hebdo. Of de demonstratie vol verbeten, opgefokte types waar op een zeker moment een grote hartvormige wolk verscheen, drijvend boven de voor- en tegenstanders.

Soms won de ergernis het van de glimlach en met plezier heb ik mijn stokpaardjes bereden, bijvoorbeeld dat het de norm lijkt geworden dat mensen hun troep op straat flikkeren zonder aangesproken te worden. Dat architecten en stadsontwikkelaars met hun tomeloze hoogbouw te weinig rekening houden met de gebruikers van de ruimte. Dat een college van B&W bestaand uit louter mannen in de eenentwintigste eeuw ridicuul is.  Dat gebiedscommissies een doekje voor het bloeden zijn en in deze vorm opgeheven moeten worden. Dat Amsterdam stom is.

Na vijf jaar is het tijd voor verandering, voor het AD Rotterdams Dagblad en voor mij. Ik wens mijn opvolger alle plezier en voldoening bij het schrijven op deze ereplek in de krant, wees er zuinig op! Dank voor het lezen.

De crisis is voorbij

Het schijnt dat we in een economische crisis leven. Dus als ik impulsief op donderdag besluit om een restaurant te reserveren voor de vrijdagavond in Rotterdam, verwacht ik dat de restauranthouders me dankbaar in de armen vallen. Pas het vierde restaurant heeft een tafeltje voor vier beschikbaar en dan moeten we wel vroeg komen want vanaf 8 uur is de plek aan de tweede lichting bezoekers vergeven. Wat nou crisis.

Ander voorbeeld. Mijn dochter en ik bezoeken Katy Perry in de Ziggo Dome. Ik ga liever naar concerten in Ahoy, maar goed, als het echt niet anders kan, leidt moederliefde zelfs naar Amsterdam. De kaartjes voor dit concert beginnen bij 65 euro en de meeste kaartjes gaan voor 90 euro of meer weg. Wie schetst mijn verbazing als ik de zaal betreedt? Ziggo Dome is omgetoverd tot een Efteling. Complete gezinnen met jonge tienerdochters wonen dit concert bij. Ik heb zelfs een vader en moeder met een baby en een peuter gezien. Ze hebben nog net geen koelbox bij zich. Voor mij staat een vader met twee dochters en een zoon. De jongen is helemaal geen hardcore Katy Perry fan. Hij heeft een roman bij zich. Als de lichteffecten van de show echt spectaculair zijn, wil hij nog wel opkijken uit zijn boek, maar verder vermaakt hij zich meer ondanks dan dankzij de superster. Ouders met kinderen zijn de norm in het publiek, niet de uitzondering. Met een heel gezin op stap is zo’n 360 euro en doe er maar een parkeerticket en een drankje bij.

Voor vakanties geldt hetzelfde. Een paar jaar geleden gingen de zestigplussers in mijn omgeving naar Valkenburg of naar het Sauerland. Afgelopen week sprak ik maar liefst drie paren op leeftijd die naar Dubai waren geweest.

Ik begrijp heel goed dat dit niet de gezinnen zijn die naar de Voedselbank gaan en dat het heus voor sommigen crisis is. Toch krijg ik de indruk dat het steeds drukker wordt op terrasjes, in restaurants en in vliegtuigen naar zonnige bestemmingen. Op Prinsjesdag mogen ze beweren wat ze willen maar ik verklaar de crisis voor beëindigd.

Thuisonderwijs

Bij thuisonderwijs denk ik aan fanatieke ouders die hun eigen principes boven het geluk van het kind plaatsen. Uit de documentaire Raw ken ik bijvoorbeeld het verhaal van Tom. Van zijn moeder kreeg hij uitsluitend rauwe voeding waardoor hij een groeiachterstand en andere medische aandoeningen opliep. Omdat zijn dieet niet op school werd ondersteund, ging de moeder uiteindelijk over tot thuisonderwijs. Ik vond het zielig dat die jongen, een tiener inmiddels, dag en nacht met zo’n moeder zat opgescheept. Het zou gezond zijn als hij ook leeftijdgenoten zou spreken.

Ieder kind heeft recht op onderwijs en hoewel niet elke school ideaal is, is dat toch meestal de beste plek. Daar kijken de leerkrachten bij elkaar over de schouder en er is kwaliteitscontrole. Bovendien gebeurt er meer op school: leerlingen leren zich in een groep te bewegen. Welke ouder wil zijn kind nu het schoolreisje ontzeggen?

Dit voorbeeld gaat om rauwe voeding, maar hetzelfde geldt voor ouders die uit streng religieuze redenen hun kind thuis houden. Je zal maar als meisje opgroeien in een orthodox gezin waar je geacht wordt voor je broertjes en vader te zorgen. Dan is het toch een zegen om een paar uur per dag op school te worden wie je bent, zonder dat beperkende orthodoxe korset.

Dus ik ben het eens met het streven van wethouder Hugo de Jonge om elk Rotterdams leerplichtig kind naar school te laten gaan. Maar ik ben tegen de afschaffing van het recht op thuisonderwijs. Stel dat we in een nazistisch regime terecht komen. Dan wil ik als ouder het recht hebben om mijn kind niet bloot te stellen aan de verachtelijke waarden die horen bij die dictatuur. Ik heb ook een minder principieel argument. Sommige ouders gaan een half jaar of jaar met hun kinderen op reis. Ik ken een gezin dat een tijd over de wereldzeeën heeft gezeild. In die maanden leren ze andere dingen dan op school, maar het is geenszins een weggegooid jaar. Zou dat allemaal dan niet meer mogen? Van een CDA wethouder zou ik eerder verwachten dat scholen, gemeente en ouders dat in stevige dialoog samen beslissen, dan meteen met verboden te gaan schermen.

Veilingen

Op een feestje lachen ze me uit. Ik blijk de enige te zijn die nog gewoon spullen bij de Blokker en de V&D tegen adviesprijs koopt. Ken ik die internetveilingen dan niet waar allerlei artikelen- meestal van failliete bedrijven- te koop worden aangeboden?  Ik kijk op de site. Zonder plan scroll ik door de eindeloze lijst ‘kavels’: van bakkerij-benodigdheden; tot auto’s. Alles tegen spotprijzen. Ik heb het allemaal niet nodig, maar man, wat word ik hebberig van die prachtige houtovens voor een fractie van de nieuwprijs. Ik heb weleens een faillissement in mijn nabije omgeving meegemaakt en dit gigantische aanbod heeft een rauwe rand. Achter al deze spullen gaan gezinnen schuil die hun huis moeten verkopen.

Mijn schuldgevoel smelt als ik op kavels van Halfords stuit, de failliete fietsenwinkelketen. Ik bied op een fiets. Hij kost nog geen tiende van de adviesprijs. Maar dan gebeurt er iets waar ik niet op gerekend heb. Ik raak verwikkeld in een spel met mijn onzichtbare mede-bieders. De eerste fiets laat ik net tien minuten voor sluiting van de veiling aan mijn neus voorbijgaan. Ik doe een nieuw bod op een ander kavel. Uren blijft het stil, maar net voor de sluiting volgt er activiteit. Ook deze strijd verlies ik. Poging drie. Ik heb met mezelf een eindbedrag afgesproken maar als dat dan wordt geboden door mijn tegenstander ga ik, opgestuwd door mijn competitiedrang, er toch overheen. Enige momenten later sluit de veiling. Ik heb het winnende bod. De adrenaline giert door mijn lijf. Ik heb ‘m!

’s Avonds komt mijn man thuis en ik informeer of hij iets ziet in een professionele croissantlijn. Buitenkansje, toch? Hij humt, wat in dit geval nee betekent, zoveel weet ik na 26 jaar huwelijk. Loungebanken voor buiten dan? Of een sauna?

Die winkels in Rotterdam hadden het al moeilijk door de concurrentie van het gemak van de webwinkels. Nu komt daar de opwinding van de veilingen nog bij. Er moet heel snel een Rotterdamse Wethouder Winkels komen, anders wordt het centrum onleefbaar door al die leegstaande panden. En ja, ook ik ben schuldig.

Het V&D gevoel van vroeger

Als tiener was de V&D voor mij het sjiekste warenhuis van de hele wereld. Ik had deze dure winkel zelf nog nooit bezocht. Ik groeide op in een Calvinistisch gezin in Apeldoorn en mijn ouders investeerden probleemloos in duurzame goederen, maar ze gaven geen geld uit aan luxe.

Toen mijn moeder een paar weken in het ziekenhuis lag, had ik opeens zeer dringend een nieuwe bikini nodig. Ik had namelijk mijn eerste lesuur van schoolzwemmen gehad en ik bleek het enige meisje te zijn dat zonder bovenstukje zwom. Ik zal een jaar of 10 geweest zijn. Ik vond het zelf nog niet eens zo erg om een uitzondering te zijn tot  de badmeester het woord tot me richtte. Ten overstaan van de hele klas liet hij weten dat ik de volgende les een bikinitopje aan moest hebben, anders mocht ik niet meedoen. De kinderen in de klas gniffelden.

In paniek kwam ik thuis. Het was een zaak van leven of dood. Door mijn tranen heen kon ik duidelijk maken dat ik per direct een nieuwe bikini moest hebben. Mijn vader, die geen verstand had van badgoed, belde een vriendin. Zij zou met mij gaan winkelen. Eenmaal in de stad liepen we tot mijn verrassing linea recta naar de V&D. Het mooiste was dat we zomaar naar binnen gingen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Binnen vergaapte ik me aan het glimmend paleis.

Zonder me te bekommeren om de prijs zocht ik de allermooiste bikini uit, een donkerblauwe met kraaltjes en dubbele touwtjes. De vriendin van mijn ouders keek helemaal niet naar de prijs. Ze vroeg alleen maar of ik ‘m mooi vond. Mooi? Ik vond hem prachtig. We betaalden en zoefden de roltrap af. Elke keer dat ik de bikini droeg, werd ik weer opgetild door het V&D gevoel van luxe en weelde.

Afgelopen woensdag ben ik nog even naar de V&D gegaan in Rotterdam. Het was stil, veel te stil. Ik weet dat ik met mijn aankopen het dreigend faillissement niet kan afwenden maar laat het dan een bijdrage zijn voor de laatste salarisstrook van de medewerkers.

Vrouwen en carriere

Op mijn afscheidsborrel van mijn baan zijn mannelijke en vrouwelijke collega’s  aanwezig. Er zijn overeenkomsten in de gesprekken en de vragen, maar toch ook opvallende verschillen. Mannen vragen: je bent er financieel toch wel op vooruitgegaan, toch? Hoeveel precies? En er worden zaken gedaan. Hee, in je nieuwe baan, werk je daar ook samen met die en die? Kan ik je daarover nog even spreken?

Vrouwen vragen -zonder uitzondering- hoeveel dagen ik per week zal gaan werken. Bij mijn antwoord dat ik fulltime werk, kijken ze me vragend aan. ‘Hoe doe je dat met je kinderen dan?’ Als ik met een glimlach antwoord dat ik daar nog niet over heb nagedacht en dat ze de sleutel van de voordeur hebben, ben ik mijn gesprekspartners kwijt. ‘Het was een geintje!’ probeer ik, maar het komt niet meer goed. Mijn vrouwelijke collega’s zeggen me dat als je kinderen hebt, dat je dan ook een verantwoordelijkheid hebt. Mijn gesprekspartner is stellig: ‘Ik zeg altijd maar zo: je hebt geen kinderen genomen om ze vervolgens naar de oppas te brengen. Nou ja, zo denk ik erover.’ Mijn vrouwelijke collega’s bespreken vervolgens gevallen van zwaar verwaarloosde kinderen van carrièrevrouwen. De au pair deed nog net niet de rapportgesprekken, maar verder deed ze alles. Die moeder was nergens te zien. Over slecht vaderschap gaan deze verhalen nooit, alleen over de afwezige moeder.

Een week geleden sprak ik met een Duitse vrouwelijke collega. Zij deelde het heugelijke nieuws van haar zwangerschap. In Duitsland is het gebruikelijk om tussen de één en twee jaar thuis te blijven om voor de kinderen te zorgen. Twee jaar! Al die tijd behoud je het recht op terugkeer naar je baan. Toen we uitwisselden hoe ik het ouderschapsverlof destijds had ingevuld bleef ze maar hoofdschudden. Ik was na een half jaar teruggekeerd op mijn werkplek. Zij zei: ‘In Duitsland zou je worden gezien als een slechte moeder. Uh, nee, ik zeg het verkeerd. Als een héél slechte moeder.’

Dankjewel dames. Ik begin dat glazen plafond iets beter te begrijpen. Tegen deze druk van mijn vrouwelijke collega’s is geen enkel emancipatiebeleid bestand.

Middelbare mannen in lycra

Tot voor kort kon ik de Rotterdamse man van middelbare leeftijd in nood uittekenen. Ik heb het over heren met een beginnend buikje, meestal zo voorbij de vijftig jaar. Opeens laten ze hun baard staan, dragen een spijkerbroek met een iets te hippe wassing en ze laten hun aloude rockband The Who voor wat het is en komen opeens met coole popmuziek van nog niet ontdekte bandjes aanzetten. Bij deze signalen is het wachten op de volgende stap: belangstelling voor het behalen van vliegtuigbrevetten of een motorrijbewijs. Op feestjes zeggen ze iets over vrijheid en ‘echt’ willen leven. Bij zo’n nieuw, vrij leven hoort natuurlijk ook een jongere vrouw en geef ze eens ongelijk. Die kerels waren bijna aandoenlijk in hun voorspelbaarheid.

Maar afgelopen maanden, misschien wel jaar, hebben mijn mannelijke collega’s en kennissen niets verteld over vliegtuigen of motoren. Zou die hele midlife crisis dan opeens als sneeuw voor de zon zijn verdwenen? Dat betwijfel ik. Een aanzienlijk aantal mannen is ook weer onlangs met een blondere, jongere versie van hun vrouw opnieuw begonnen. Opeens viel het kwartje. Die heren hebben weliswaar geen vliegbrevet gehaald, maar ze delen wel allemaal een andere hobby. Ze fietsen. Ik heb het niet over een beetje toeren op je stadsfiets met drie versnellingen over de dijk bij de Rhoonse Grienden. Voor deze mannen is fietsen serieuze business. Vraag ze niets over hun nieuwe bezigheid want voor je het weet gaan ze vertellen dat hun mountainbikes zijn uitgevoerd in titanium en dat de versnellingen technologie bevatten waar ruimtevaartorganisaties hun vingers bij aflikken. Het budget voor hun nieuwe fietsuitrusting is ongeveer gelijk aan een bovenmodale gezinsvakantie. Het meest opvallende aan deze middelbare mannen op de fiets is hun outfit. Ze kopen strakke lycra pakjes in felle kleuren.

Wij vrouwen doen toch iets verkeerd. Mannen hebben het met elkaar knipogend over MILFs (Mothers I Like to Fuck). Wij hebben het te doen met de mannelijke MILFs: Mannen In Lycra op de Fiets.

Charlie in de Thalys

Ik stap in Brussel in de Thalys naar Rotterdam. De zojuist ingestapte reizigers zoeken hun gereserveerde zitplaatsen op. Het is een internationaal gezelschap waarin Engels, Frans, Duits en Nederlands wordt gesproken. Voorin de coupé zit een gezin uit Pakistan of India. Daarnaast een Frans echtpaar dat samen de verslaglegging over de Charlie Hebdo demonstratie in een Franse krant becommentarieert. Daarachter weer een studente met haar voeten onder haar billen die een studieboek leest.

Naast mij zit een heer met een keppeltje en een lange baard. De Joodse meneer en ik zijn gescheiden door een minuscuul gangpaadje. Naast deze Joodse reiziger zit een man met Noord Afrikaanse trekken.

De Joodse meneer staat op om naar de restauratiewagon of naar de wc te gaan. Zijn verschijning valt mij op. Wonend op Rotterdam- Zuid kom ik niet vaak mensen tegen aan wie ik aan de kleding of baard kan zien dat zij het Joodse geloof aanhangen. Ik doe mijn best om niet op te kijken want zeker na de aanslag in Parijs wil ik niemand tegen het hoofd stoten. Ondertussen maak ik me licht ongerust. Dit is een coupé waarin alle religies vertegenwoordigd zijn. Niemand zal toch deze meneer gaan lastig vallen?

Mijn ongerustheid blijkt onterecht. De medereizigers slapen of scrollen op hun telefoon. Niemand kijkt op. De heer komt terug en neemt zijn plaats weer in. Hij doet zijn bril af, legt die op het uitklaptafeltje voor hem en valt prompt in slaap. Bij een scherpe bocht van de trein glijdt de bril van het tafeltje. De Noord Afrikaanse buurman bukt en wringt zich onder het tafeltje. Hij pakt de bril van de grond en legt deze terug op het tafeltje. In Rotterdam wordt de brildrager pas weer wakker en zet zijn bril op zonder ook maar enige weet van de vriendelijkheid van zijn buurman. Ik wil hem aan zijn arm schudden en zeggen: ‘Zojuist heeft u een aardig gebaar gemist.’ Maar misschien is het beter zo. Het is een daad die even vriendelijk als vanzelfsprekend is- zo was het voor Parijs en zo is het nu nog steeds.

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
willemijn.dicke@gmail.com
Feeds:
atom/rss