De akela in mij

Ik ga graag uit eten, naar het museum, de kroeg in of naar het theater. Grootstedelijke geneugten. Een wandeling met de hond op gemarkeerde paden vind ik ook nog prima vertier, maar veel avontuurlijker dan dat hoeft van mij niet.

Een paar maanden geleden kwam mijn zoon stralend van zijn wekelijkse scouting opkomst van Olivier van Noort. ‘Het mamma-kamp is binnenkort.’ Ik humde, maar een goed verstaander zou hebben opgemerkt dat ik niet onmiddellijk overstroomde van enthousiasme. Een Mamma-kamp bij scouting, dat zijn nachtelijke droppings; dat is met twintig moeders die ik niet ken in een gezamenlijke ruimte in een slaapzak op matjes slapen in een blokhut. Mijn zoon vroeg niet eens of ik meeging. Het was een feit.

Met de datum onmiskenbaar dichterbij gekropen meldt mijn zoon dat het mamma-kamp trouwens een thema heeft. Voor de mooiste uitdossing kunnen we extra punten binnenslepen. En zo gebeurt het dat ik gehuld in rood-zilver-glimmende doeken, bezakt met slaapzak, matjes en rugzakken aantreed bij het mamma-kamp.

Ietwat schuchter stel ik me op tussen andere moeders met Indiase stippen op het voorhoofd, gehuld in tulbanden en bijna net zulke mooie doeken als ik.

Een etmaal later ben ik in een nachtelijke speurtocht verzeild geraakt. Het schuchtere is er dan wel af. Ik ben rete-fanatiek en de andere moeders spelen het spel mogelijk nog hartstochtelijker. We moeten filmen hoe we 10 mensen in polonaise zetten. Check. We moeten een scoutingdas bij Erasmus omhangen. Check. Diep in de nacht zitten we op koeien, rijden rondjes in winkelwagentjes, doen een handstand. Alles voor de eerste plaats.

Weer een paar uur later is de prijsuitreiking bij het kampvuur. Er volgen felle discussies met de jury over de toekenning en de precieze berekening van de punten. Moeders scheppen op over hun fantastische trucs, het afsnijden van routes en andere slimmigheden. Maar ha! Dat mag allemaal niet baten: ons team heeft de eerste prijs gewonnen.

Als mijn zoon de volgende morgen hoort dat ik in het winnende team zit, volgt mijn echte hoofdprijs: ‘Mam, je mag volgende keer weer mee!’ Olivier van Noort, deze akela meldt zich vast present.

Strijd om het fietspad

Fietsen is slecht voor je gezondheid want het verhoogt de bloeddruk. Iedereen die wel eens fietst in de Rotterdamse ochtendspits zal dit beamen.

Op mijn route zit het grootste knelpunt aan de voet van de Erasmusbrug, bij de kruising van het Vasteland en Schiedamsedijk. De stoplichten kunnen het niet aan. Fietsers hopen zich op voor de verkeerslichten en blokkeren de fietspaden die rechtdoor leiden. Dit alles met toeterende scooters en scheldende fietsers als gevolg. Als de zee aan fietsers dan eindelijk opensplijt voor de fietsers die rechtdoor willen, springt het stoplicht net op groen, waardoor de doorgaande fietsers alsnog worden aangereden.

Als de stroom fietsers op gang is gekomen, ontstaat er ruzie tussen de slome en snelle linkerbaangebruikers. De slomen rijden uiterst links -niet omdat ze met hoge snelheid fietsen of omdat ze iemand willen inhalen, maar omdat ze dat wel een fijn plekje vinden. Dit tot grote irritatie van de berijders van de elektrische fietsen, racefietsen, mountainbikes en ligfietsen. De snelle fietsers kennen geen moment van berusting. Er wordt gezucht, gevloekt en gebeld- met gering resultaat want al zou de slome fietser willen, er is helemaal geen plaats om in te ritsen.

Het allerleukste effect geven de scholieren die gebroederlijk met zijn drieën naast elkaar rijden. Ze zijn zich van geen kwaad bewust. Ze slingeren, kletsen en trekken aan een rugzak. Deze camaraderie vormt al snel een dam, waarachter een stuwmeer aan ongeduldige fietsers ophoopt. De eerste boze beller meldt zich gegarandeerd binnen vijf tellen.

Binnenkort doen de basisschoolleerlingen hun verkeersexamen. Om hen beter voor te bereiden op de Rotterdamse fietspaden, stel ik een alternatief lespakket voor. Vergeet die ingewikkelde verkeersregels over verharde en onverharde wegen. In plaats daarvan geven we ze een portie zen-meditatie. Go with the flow: als het peloton 25 km per uur wil stoempen, ga dan mee. En als ze terugzakken tot 12 km, is het ook goed. Kijk om je heen. Geniet van het uitzicht en glimlach bij het stoplicht naar je buurman.

Maar hé, dit is Rotterdam. Dus als dat allemaal niet werkt: snij af, haal in en demarreer.

Dry cappuccino

Elke werkdag begint met een grote cappuccino bij een ultra hip koffiebarretje bij mij op het werk op de campus van de TU Delft. De jongen achter de toonbank is niet zomaar een verkoper. Het is een professionele barista. Hij leeft voor koffie. Hij kent de eigenschappen van alle mogelijke koffiebonen en de manier waarop ze zijn gebrand. Hij beheerst alle technieken om de smaak van een specifieke maling het best tot zijn recht te laten komen. Zo is de temperatuur van het water cruciaal. Een halve graad kan het verschil maken. Maar daar houdt het niet op. De jongeman legt mij uit dat hij elke dag de luchtvochtigheid controleert. De weersgesteldheid heeft namelijk weer effect op hoe hard hij de gemalen koffie moet aanstampen in het ijzeren cupje. Hij volgt cursussen en doet mee aan wedstrijden voor het allerbeste kopje koffie van Nederland. Ik had geen idee van deze subcultuur, maar deze barista is net zo gepassioneerd over koffie als vinologen over wijnen.

Ik leg hem uit hoe ik mijn cappuccino het lekkerst vind. Ik houd van sterke koffie, met een zachte, ronde smaak. Ik wil wel melkschuim op de koffie, maar ik wil geen plons melk in mijn beker die de koffie beige kleurt. De barista knikt begripvol. ‘Wat jij wilt, is Dry Cappuccino’. Eerst proef ik het woord op mijn tong. Klinkt een beetje pretentieus, niet waar? Maar nu ik het woord een maand of wat dagelijks gebruik bij mijn professionele barista om mijn lievelingsbereiding aan te duiden, heeft het ook wel iets. Alsof ik een beetje deelgenoot ben geworden van de geheime kring van koffiekenners.

Dan fiets ik ’s ochtends voor negenen door de Witte de Withstraat. Brood&Sappies is een van de weinige tentjes die al open zijn op dit vroege uur en ik bestel nonchalant mijn dagelijkse Dry Cappuccino. De barman kijkt me aan. ‘Wat zeg je? Dry Cappuccino?’ Hij begint te lachen.  ‘Wat een onzin. Ik heb maar een soort cappuccino en dat is goeie cappuccino.’ De barman heeft gelijk. De koffie is prima en die stadse fratsen horen niet thuis in Rotterdam.

Blanco stemmen

Sommigen ketenen zich vast aan de spoorrails. Anderen pakken de megafoon tijdens een demonstratie. Weer anderen blokkeren het verkeer op de snelwegen of leggen het werk in de haven weken plat. Ik had, tot woensdag, nog nooit in mijn leven gedemonstreerd. Maar na 43 jaar vind ik het dan eindelijk tijd voor harde actie. De reden van mijn ongenoegen is de gebiedscommissie. Deze club is een doekje voor het bloeden. Het is armetierig wisselgeld voor de terechte afschaffing van de deelgemeentes- een gebaar waardoor ik me beledigd voel als kiezer. Alsof ik niet door heb dat we een lege huls hebben gekregen. Het zijn non-democratische schijnoplossingen van niet bestaande problemen –enfin, daarover schreef ik vorige week.

Maar goed, die gebiedscommissies zijn nu eenmaal in het leven geroepen. Wat kan ik als inwoner van Rotterdam nu nog doen?

Het is dinsdagavond, de vooravond van de gemeenteverkiezingen. IJsberend loop ik door de keuken. Wat te doen om mijn ongenoegen te laten blijken? Zal ik heel groot ‘fuck you’ op het stembiljet schrijven? Nee, dan is het een gewone ongeldig uitgebrachte stem. Niet stemmen is ook geen optie. Daarmee zal niemand merken dat ik het pertinent oneens ben met de koers van onze stad.

Dan komt mijn man met de oplossing. Als ik me zo opwind, kan ik toch ook blanco stemmen? Eureka! De stemmentellers zullen sidderen; de wethouders zullen bij het zien van die blanco stem het draagvlak als drijfzand onder hun voeten voelen wegzuigen en het plan alsnog intrekken; de burgemeester zal publiekelijk zijn excuses aanbieden. Alles vanwege mijn blanco stem.

Met gedecideerde stapjes loop ik naar het stembureau. Dit is onmiskenbaar een vrouw met een missie. Bij het stemhokje aarzel ik opeens. Uh, hoe moet dat eigenlijk, blanco stemmen? Schuchter informeer ik bij de serieuze meneer van het stembureau-comité. Precies volgens zijn instructies vervul ik mijn verzetsdaad in het pashokje van de democratie. De gebiedscommissie heeft er een blanco stem bij.

Na deze heroïsche gebeurtenis wandel ik naar huis waar ik opgewonden verhaal over mijn democratisch protest. De kinderen luisteren geboeid. Na mijn verhaal sta ik, ster van de lokale democratie, open voor vragen. ‘Eten we gehaktballen vanavond, mamma?’

Gebiedscommissies

Ik doe mijn best voorbeeldig burger te zijn en gebruik te maken van mijn democratisch burgerrecht. Met de verkiezingen voor de gebiedscommissie maakt de gemeente het me lastig. Wat is in hemelsnaam een gebiedscommissie? Is het een nieuwe politieke laag die mij in een klap invloed aan de Coolsingel geeft? Dan hangt er nogal wat af van mijn stem.

Ik steek de hand in eigen boezem: natuurlijk had ik informatiebijeenkomsten kunnen bijwonen. Het zullen vast avonden met uitvoerige powerpointpresentaties zijn geweest waar ik nog net het laatste kopje koffie uit de bravilorkan had kunnen schrapen. Ik geef toe: ik heb verzuimd. Aangezien ik volgende week toch mijn burgerplicht wil vervullen, ga ik alsnog naar de publiekswebsite om de informatieachterstand te dichten. Dat valt niet mee. “De gebiedscommissie toetst of er voldoende geparticipeerd is. (…) Bestaande en beproefde methoden worden doorontwikkeld en nieuwe innovatieve methoden toegevoegd. (…) Zo ontstaat de Rotterdamse standaard voor effectief participeren. Een leidraad, toolkit en handleiding ineen. Dit is een dynamisch instrument (…).” Poe hé, zou Tommy uit Sesamstraat zeggen. Dit is nog eens hogere bestuurskunde.  Het gaat verder. De gebiedscommissie kan dingen aankaarten bij de “gebiedsdirecteur c.q. gebiedsmanager”. Ben ik de enige die zich weinig kan voorstellen bij deze functies? Verder kan de commissie dingen aankaarten bij de gemeenteraad. Wacht eens even. Er staat niet eisen of adviseren. Nee, het is de aller-aller-lichtste variant van beïnvloeden: aankaarten.

Hoe zit het dan met de taken en verantwoordelijkheden? “De kracht van de gebiedscommissie is dat die haar mandaat haalt uit het draagvlak onder buurtbewoners en niet uit formele bevoegdheden en budgetten.” Hmm, dat klinkt niet alsof de commissie voor eens en altijd met de vuist op tafel zal slaan.

Ik hoopte dat de gebiedscommissie mij een directe lijn naar de Coolsingel zou geven. Dat is niet helemaal gelukt. Het komt erop neer dat als er iets mis is in mijn buurt, dat ik dan naar een gebiedscommissie kan gaan die er feitelijk niets over te zeggen heeft, maar die dingen kan aankaarten.

Heeft iemand al aangekaart dat deze vorm van mogelijke indirecte invloed misschien niet de meest uitnodigende manier is om mensen te overtuigen te gaan stemmen?

Sorry Aboutaleb

Aboutaleb heeft er persoonlijk voor gezorgd dat een winkeldief die was ontsnapt alsnog in de kraag is gevat. Mijn cynische ik prijst zijn spindoctor. Wat is deze heldenactie, net voor de verkiezingen, prachtig in scene gezet. De ietwat saaie burgemeester blijkt opeens een kruising tussen detective Columbo en James Bond. Mijn betere ik snoert de cynicus meteen de mond. Ik geloof het verhaal. Niet zozeer omdat ik altijd al een held vermoedde in Aboutaleb, maar meer omdat geen enkele spindoctor het aandurft om dit Superman-scenario te schetsen voor onze burgemeester. Aboutaleb heeft na deze winkeldiefvangst gezegd dat hij hoopt dat alle burgers ingrijpen als dat mogelijk is.

Een paar uur later krijg ik de kans om dit advies op te volgen. Twee meiden van een jaar of 15 slenteren op straat. De een eet iets uit een papieren zakje en de ander eet een Turkse pizza. Ze vouwt het zilverfolie bij elke hap iets verder terug. Ongeveer halverwege haar pizza laat ze het folie achteloos op de grond vallen. Met de oproep van Aboutaleb in mijn achterhoofd, grijp ik in. ‘Ladies, jullie laten iets vallen.’ Ik ben onder de indruk van mezelf. Ik zeg het rustig, met de juiste dosis autoriteit. Zijn die grijze haren toch nog ergens goed voor.

De pubers draaien zich om. ‘Bedankt voor de tip mevrouw.’ Het meisje aan de rechterkant kijkt me recht in de ogen en laat het servet en het restje pizza op de grond vallen. Ze lacht me recht in mijn gezicht uit. Haar vriendin keert het papieren zakje op de kop en laat haar afgekloven broodje op de grond vallen. Daarna maakt ze een prop van de zak en laat die van haar open handpalm op de stoep rollen.

Ik wil er iets van zeggen, maar de meiden wachten niet op mijn commentaar. Ze lopen verder, giechelend, arm in arm. Ik hoop dat Aboutaleb in Superman-outfit mij uit deze situatie komt redden maar hij laat het afweten. Ik verzamel de rommel en gooi alles in de prullenbak.

Sorry Aboutaleb, ik ben even iets minder enthousiast om een volgende keer weer in te grijpen.

Ode aan de mariniers

Ik kom graag in De Esch. Op weinig plekken in Rotterdam beland je zo abrupt van en stedelijke omgeving opeens midden in de natuur. Dat natuurgebied heeft weliswaar de omvang van een postzegel en is aan alle kanten ingesloten door snelwegen, maar och, als je in het bosje tussen de schapen en konijnen loopt, merk je nog maar weinig van de razende auto’s.

Eerlijk is eerlijk: het is niet alleen de natuur die lonkt. Heimelijk kom ik voor de marcherende mannen. De Van Ghentkazerne ligt om de hoek en de mariniers in uniform trainen regelmatig in deze buurt. Het fysiek vertoon van de mariniers is indrukwekkend. Iedere marinier is een bewijs dat een lijf echt zo fit en gespierd kan zijn. De mannen wandelen nooit. In plaats daarvan marcheren ze met hoge snelheid. Ze stoten oergeluiden uit die het tempo van het groepje bepalen. Als ze hun mars onderbreken, is dat alleen om 800 sit-ups te doen of om zich op te drukken- met een enkele arm natuurlijk. Ze sjouwen complete boomstammen op hun rug waarmee ze dan nog even een tussensprintje trekken.

Afgelopen maanden was het spannend of Rotterdam het Korps Mariniers zou behouden. Het lijkt erop dat Aboutaleb succesvol is geweest in zijn lobby. De berichten zijn dat de van Ghentkazerne zelfs wordt uitgebreid en dat onze stadswachten hier voortaan ook hun training zullen volgen.

Dat is geweldig nieuws voor Rotterdam. Natuurlijk is het fijn dat we een paar honderd banen behouden voor deze regio. Maar wat vooral positief is, is dat de stadwachten voortaan gedrild zullen worden op de wijze van de mariniers. Van nu af aan is er geen sprake meer van papperige stadswachten bij wie de synthetische broeken te strak om de bovenbenen gespannen zijn en die uitgelachen worden door opgefokte scooterjongetjes die hard wegrijden. Dankzij de Van Ghent aanpak zien we voortaan alleen nog maar kortgeknipte afgetrainde stadswachten die net zoveel sprintjes trekken als nodig om de etterende puber of de tasjesdief bij de kladden te vatten. Het is alleen nog een kwestie van tijd en dan is Rotterdam de veiligste stad van Nederland- allemaal dankzij onze mariniers.

Oneerlijke selectie

Deze weken staan in het kader van een keuze voor de middelbare school. Er blijkt een heel instituut opgetuigd te zijn met een eigen website, series van open dagen, proeflessen en blinkend promotie-materiaal van de scholen. De keuze is groot. De ene school doet meer aan sport, de ander biedt tweetalig onderwijs en weer een andere school is het walhalla voor technisch aangelegde kinderen.

De keuze is schier eindeloos en toch vecht heel Rotterdam voor een plekje op een van de vijf populaire scholen. Het is niet eenvoudig om daar een plaats te bemachtigen. Natuurlijk moeten de kinderen een fabuleuze cito score halen. Gelukkig zijn daar allerhande trainingen voor die de cito score van elk kind gegarandeerd omhoog krikken. Maar dan zijn we er nog niet. Kinderen van 11 jaar moeten in een sollicitatiegesprek hun motivatie voor die school kunnen aangeven. Er bestaat vast een circuit waarin tieners worden geoefend in deze gesprekken. Prachtige cito-scores en een briljant interview zijn nog geen garantie dat een kind wordt toegelaten op een school. Er volgt een loting op een notariskantoor.

Wat een verschil met 30 jaar geleden toen ik de overstap maakte van de lagere school naar ‘de middelbare’. Mijn twee jaar oudere broer had gekozen voor een VWO bij ons om de hoek. Mijn ouders en hij hadden geen klachten en dus schreef ik me daar twee jaar later ook in. Niks wachtlijsten, loten, gedoe met interviews. Er kwam geen notaris of citotraining aan te pas.

Het staat me tegen, dit hele selectie-circus. Ik vermoed namelijk dat dit niet bijdraagt aan een eerlijke verdeling, waarin kinderen terecht komen op scholen waar ze zullen floreren. In plaats daarvan worden de ouders met de grootste ambitie gefilterd. Deze ouders struinen 3 jaar tevoren al de open dagen af; ze schrijven hun kinderen op tijd in voor de pre-selectie, de selectie en allerhande trainingen.

Maar ach, misschien heb ik het mis. Mijn dochter en ik lopen op een open dag van een van de meest gewilde middelbare scholen van Rotterdam. Een docent aardrijkskunde knoopt een gesprekje aan met een paar belangstellende kinderen. Hij vraagt waar hun basisschool staat. Mijn dochter antwoordt ‘Rotterdam’. Alle andere meiden zeggen ‘Kralingen’. Als het percentage Kralingen op deze open dag enigszins representatief is voor de definitieve aanmeldingen, hebben de ouders uit Kralingen de selectie ook dit jaar weer prima doorstaan.

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
willemijn.dicke@gmail.com
Feeds:
atom/rss