Schone straten. Het kan.

Tijdens de lunchpauzes parkeren auto’s voor ons huis op de Kop van Zuid. De mannen eten hun lunch achter het stuur. Het tafereel is voorspelbaar. Na een paar minuten gaat het raampje een klein stukje open en wordt het frietbakje of kebab papiertje op straat geflikkerd. Even mond afvegen voordat hij de auto weer start. Het portier wordt nog kort geopend om ook het papieren servetje op straat te  dumpen en dan is het tijd om weg te rijden.

Lange tijd ergerde ik me kapot aan deze vervuilers maar mijn huisgenoten vonden mij zo langzamerhand een reactionaire zeurkous worden. Iedereen gooit zijn afval op straat in Rotterdam- daar is nu eenmaal niets aan te veranderen. Alleen burgerlijke types die terugverlangen naar de goede oude tijd, maken zich nog boos om dit soort kleinigheden. Ik heb weleens mensen aangesproken als zij achteloos hun afval op straat lieten slingeren en die keren werd ik recht in mijn gezicht uitgelachen. Van schaamte was geen sprake. Ik was afwijkend, niet zij. Ik schikte me in mijn lot. Afval op straat is kennelijk vanzelfsprekend.

Dat dacht ik tot ik afgelopen week naar Tallinn reisde. Deze hoofdstad van Estland heeft 400.000 inwoners, vergelijkbaar met Utrecht. Er zijn twee universiteiten en er is industrie. Het is dus niet een ingeslapen toeristisch dorpje. De claim to fame van de hoofdstad van Estland is dat Skype er is ontwikkeld. Geen geringe prestatie voor de mensheid.

Welnu, in deze ontwikkelde stad van enige omvang was het schoon. Op het vliegveld was nergens rommel te bekennen. De straten waren geveegd en opgeruimd. Ik heb geen chipszakje of kartonnen drinkbeker gezien. In de parken en winkelpassages was het netjes.

Aha, het kan dus wél proper en opgeruimd zijn in de publieke ruimte in de 21e eeuw. Ik informeerde bij een introverte Est naar het geheim van de schone stad. Zijn er continu ploegen straatvegers aan het werk? Zijn er gepensioneerden die tegen een hongerloontje de rotzooi van de middenklasse opruimen? Is er sprake van de dreiging van een torenhoge boete als je iets op straat gooit? Hij moest lachen om mijn suggesties. ‘Het geheim? Gewoon je eigen rotzooi opruimen.’

Het jet-set gevoel

Voor de opening van tentoonstelling ‘The future of fashion is now’ heeft het Boijmans goed uitgepakt. De genodigden kunnen ’s avonds niet alleen de expositie bezoeken, maar er zijn ook live performances en er is een dj met een dansvloertje bij de entree. De kassa is omgetoverd tot een grote ronde bar met eindeloze voorraden wijn.

Op mijn hoge hakken loop ik over de rode loper tussen mode-minnend Rotterdam.

Hoewel mijn jurk met zorg is uitgekozen, haalt mijn outfit het niet bij de kleding van de andere bezoekers. Niet eerder verkeerde ik in een gezelschap waar werkelijk over ieder detail van de kleding is nagedacht. Vrouwen van 50+ lopen in ingewikkelde hobbezakken en daaronder dan rode puntschoentjes; heren dragen spectaculair scherp gesneden pakken; meiden met fabelachtig lange benen hebben neon minjurkjes aan. Zo gevarieerd als de kleding is, zo eenvormig zijn de kapsels trouwens. Ik had de trend gemist, maar als je een beetje mee wil doen, moet je hoofd a-symetrisch zijn geschoren. Dat geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Waar je niet geschoren bent, draag je het haar in lange lokken. Bij de mannen ook vaker gezien: rondom de schedel geschoren, en bovenop de kruin een staartje, a la de Aziatische krijger Djengis Khan.

Ik stel tevreden vast dat de opening lekker mondaine is vormgegeven. Dj, performances. Mooie mensen. Glamour. Internationale Celebreties.

Stukken uit de collectie van de mode-ontwerpers Viktor & Rolf maken deel uit van de tentoonstelling en Viktor is aanwezig bij de opening. Ik heb het genoegen om een praatje met hem te maken. Opeens is alles mogelijk, zo tussen de internationale beroemdheden. Nog even en een privé jet wordt ingevlogen om mij met deze mode-ontwerpers te laten aanschuiven op een jetset feestje in Monte Carlo. Ik zeg niet dat het meteen gebeurt, maar het zou kunnen.

Bij de bar bestelt Viktor twee wijn. Als hij de glazen wil aanpakken, maakt de barvrouw een terugtrekkende beweging. ‘Dat is dan twee consumptiebonnen.’

Het jetset gevoel is die avond niet meer wedergekeerd.

Hoe mannen ook thuis kunnen losgaan met poetsen

Iedereen die weleens in het weekend langs het Esso station op de Korte Stadionweg is gereden, weet dat een oplossing voor een groot maatschappelijk probleem binnen handbereik is. Elk weekend is het druk bij deze autowasserij op Zuid. De variëteit aan bezoekers is groot: Marokkanen, Antillianen, Turken en autochtone Feijenoorders. Jong en oud lopen door elkaar. Maar één ding hebben ze gemeen: het zijn uitsluitend mannen.

Anderen rijden misschien door de wasstraat en klaar. Maar deze hieren niet. Welnee. Ze hebben tubes speciale crèmepjes voor dit auto-onderdeel meegenomen, en een pot met een ander schoonmaakmiddel voor de spoiler. Men poetst de boel met de hand op met het ene lapje, en men wrijft weer na met een andere, zachte doek. Aan één inworp voor de autostofzuiger hebben ze niet voldoende. Ze verwijderen vloermatten en ontruimen de kofferbak. Men doet nogmaals een inworp voor een ronde stofzuigen. Als het moet, gaan zelfs de autostoelen van hun plaats om de auto werkelijk tot de laatste centimeter kruimelvrij te maken. Sommige mannen komen met zijn tweeën en overleggen over de beste aanpak voor de schoonmaakbeurt. Niemand heeft haast. Ze hebben plezier in het autowassen. Als ze wegrijden, geven ze de wagen goedmoedig een klopje op het dak, of liefkozend een tik op de billen voordat ze achter het stuur kruipen.

Als die mannen zo losgaan bij het poetsen van de auto, kan dat thuis natuurlijk ook. Gewoon een kwestie van reframen van huishoudelijke taken- zie hier mijn oplossing voor het maatschappelijke probleem dat overwegend vrouwen voor dit soort klussen opdraaien. We maken van stofzuigen thuis een echte mannenzaak. Dus fabrikanten: niet langer van die truttige aquarelkleurige stofzuigertjes graag, maar grote, onhandzame zware machines met een industriële look. Ook schoonmaakmiddelen moeten een make-over krijgen. Het kiezen van een geschikt schoonmaakmiddel is een gewichtige taak: het komt aan op expertise, ervaring en inzicht. Natuurlijk is het huishouden zwaar werk: het versjouwen van meubels en omkeren van kleden vereist pure spierkracht. Als het per se moet, staan we ook nog wel toe dat er een rode ferrari-fauteuil of een Cars-vloerkleed in de huiskamer komt.

Ik zie een schone toekomst voor onze dochters.

Er is hoop voor dit yogavrouwtje

Mijn hele leven heb ik gewerkt aan het vermeerderen van mijn kennis. Diploma op diploma gestapeld. Een verdiepende leergang hier. Een interessant boek daar. Al die jaren heb ik er nooit over na gedacht of ik mijn tijd misschien beter zou kunnen besteden aan andere aspecten van mijn leven. Het scherpen van de geest was voor mij vanzelfsprekend het hoogste goed.

Ongeveer vanaf mijn veertigste zijn dingen aan het schuiven. Wat is de zin van het leven? Hoe goed te leven? Ik weet het: dit zijn typische vragen voor een midlifecrisis van een vrouw. De meeste mannen gaan hun vliegbrevet of motorrijbewijs halen. Maar wij vrouwen, wij gaan in de zweef.

In mijn boekenkast had ik aanvankelijk een plankje gereserveerd voor boeken van het genre dat mijn man liefkozend omschrijft als ‘spirituele shit’. Inmiddels beslaat mijn collectie 3 volle planken. In deze boeken -en ook in de aanpalende cursussen en retraites- gaat het nooit alleen over de verstandelijke vermogens. Er is ook nog een lichaam namelijk. Daaraan had ik nog nauwelijks tijd besteed behalve dan af en toe een rondje hardlopen.

Op een zondagavond besluit ik dat ik het roer om zal gooien. Het is tijd om thuis te komen in mijn lijf.  Op een webpagina lees ik: ‘T’ai Chi brengt ontspanning, balans, goed contact met je lichaam.’ Precies wat ik nodig heb en ik schrijf me in bij Slowmotions. 

Mijn dochter krijgt de slappe lach: ‘T’ai Chi! Dan kom je tussen die yogavrouwtjes te zitten!’ Ik weet niet precies wat een yogavrouwtje is, maar ik geloof dat ik aardig in de buurt kom in mijn joggingbroek en blote voeten. Instructeur Koos Kok beweegt ongelooflijk soepel met vloeiende bewegingen als een volleerd Chinees. Dan mogen wij, beginners, hem nadoen. Wat bij Koos moeiteloos gaat, verloopt bij mij schokkerig. Ik tril van inspanning. Bij een bepaalde houding van alleen mijn handen krijg ik kramp, daarna volgt kramp in mijn voeten op plekken waarvan ik niet eens wist dat er spieren zaten. Koos heeft echter goed nieuws. Iedereen kan het leren, hoe jong of oud je ook bent. Er is hoop voor dit Yogavrouwtje.

Emoties bij een dodelijk ongeluk

Er is een jongen van 7 jaar doodgereden bij mij om de hoek. Ik las afgelopen maandag een tweet over dit ongeluk op de Laan op Zuid. Toen ik doorklikte, zag ik een foto van een politie-agent met naast hem een fiets die verweesd op de stoep lag. Een jongensfiets als zovele- bijvoorbeeld die van mijn zoon.

Bij dit verschrikkelijke nieuws voelde ik verschillende emoties. Ik ken het verkeerspunt maar al te goed. Het ongeluk is gebeurd pal voor de basisschool van mijn kinderen. Ook zij steken daar meermaals per week over. Alsnog sloeg de schrik me om het hart voor alle keren dat ik hen misschien iets te nonchalant zonder begeleiding op pad had gestuurd. Even ook voelde ik dankbaarheid, dat mijn kinderen in gezondheid leven.

Daarna werd ik boos. Wie zet nu deze foto binnen twee uur na het ongeluk op Twitter? Mag de familie van het jongetje een beetje tijd en ruimte na dit gruwelijke verlies?

Pas toen ik langs de plek wandelde, later op de dag van het ongeluk, kwamen er bij mij tranen voor de familie van het slachtoffer. Wat een ongelooflijk verdriet moet dit gezin verwerken en ik wens hen sterkte om dit verlies te dragen. De stoep op de plek van het ongeluk is bezaaid met knuffels en bloemen. Een mooi gebaar, maar tegelijkertijd zo machteloos.

In vierde instantie werd ik een beetje kwaad op mezelf. Waarom huil ik om een verongelukt jongetje bij mij om de hoek, en waarom ben ik niet op dezelfde manier betrokken bij kinderen in Syrië, Palestina en in andere oorlogs- en rampgebieden die dagelijks de dood vinden? Alleen omdat ik de plek ken, omdat de fiets van mijn zoon had kunnen zijn, komt het verdriet dichtbij. Wat een selectief mededogen.

Tenslotte voelde ik mee met de chauffeur van de vrachtwagen. Ik weet niet hoe het ongeluk is gebeurd, maar ook voor hem is dit een tragische gebeurtenis die zijn leven blijvend zal veranderen.

Vanuit al deze emoties van medeleven, schrik en boosheid heb ik met deze column ook een bloem willen neerleggen- een gebaar dat net zo machteloos is als de boeketten en knuffels.

Ik had willen klagen

Er is genoeg reden tot klagen en soms heb ik zin om lekker los te gaan. Over de Rotterdamse politiek die meer afbreekt dan opbouwt. Over de Rotterdamse bouwvisie die liever paleizen realiseert dan leegstand benut- al maak ik graag een uitzondering voor de Markthal. Over het gebrek aan sportmogelijkheden op de Kop van Zuid en als er dan eindelijk een hockeyveldje komt, presteert de gemeente het om het sportveld pal aan de drukke Laan op Zuid te leggen waardoor je met elk sprintje een kilo fijnstof inademt. Over de hoogbouw in Rotterdam die leuk is voor toeristen die van een imponerende skyline houden, maar die voor de gebruikers van de locatie veel minder aantrekkelijk is omdat de omgeving een tochtig trekgat wordt en continu in de schaduw ligt. Ik kan ook nog even boos worden over de keuzes bij Prinsjesdag en vooral over de dingen die niet genoemd worden: over menswaardige behandeling van illegale migranten bijvoorbeeld, of over meer groen in de stad. Ik had eens lekker dik willen uitpakken met dit soort ergernissen.

Maar hé. Toen werden we opeens getrakteerd op een ongeëvenaarde nazomer.

Mijn man en ik besluiten de nazomer te vieren. We nemen beiden een middag vrij en maken een wandeling. De wereld ziet er anders uit als je in korte mouwen, blote benen en een zonnebril kunt rondlopen. We zijn niet de enigen die genieten van het prachtige weer. In het gras ligt een verliefd stelletje op een groot kleed met een fles witte wijn in een koeler. Op een woonboot speelt een peuter in een opblaasbadje.

De gewone logistiek van werk en school gaat door, maar alles gaat gemakkelijker, vrolijker. We plukken onze zoon van tennisles en fietsen vervolgens naar een Italiaans restaurant. Zo zitten we met het gezin op een gewone door de weekse avond op het terras bij Borgo d’Aneto in Feijenoord.

Opeens herinner ik me dat ik wilde klagen. Als ik mijn mond open om mijn ergernissen te delen, zeg ik tot mijn verrassing iets heel anders. ‘Kijk eens hoe mooi jongens’ terwijl ik wijs op het uitzicht op de Maas die glinstert in de avondzon.

Perfect luisteren

‘Ik ben verdrietig. Mijn hond is gisteren dood gegaan’, zegt een collega. ‘Echt waar? Ik heb ook een hond’, antwoordt haar baas. Hoewel de meeste gesprekken zo lopen, is dit geen uitwisseling. De collega is bedroefd, maar daarover kan ze nu niets kwijt in de verdere dialoog. Haar baas gebruikt de openingszinnen alleen  maar om haar eigen verhaal te vertellen.

Ik ben op de cursus ‘Perfect Listening’ van Robert Dee McDonald. Onze trainer is op ten top Amerikaans: we starten elke dag met een hug, en toe, nog een hug, hij is gebruind, ongelooflijk energiek en vitaal en tamelijk zelfbewust, en natuurlijk sluiten we af met een hug. Hij is gevestigd in de Verenigde Staten maar hij werkt ook in ander continenten. Hij geeft regelmatig workshops in Nederland, om precies te zijn in Zuid-Beijerland. Het heeft iets grappigs, dat zo’n flamboyante man uit Californië  uitgerekend in het gereformeerde polderdorp neerstrijkt om Europa te bedienen.

Ik dacht dat ik redelijk luisteren kon, maar deze vijfdaagse cursus laat me zien dat ik een  amateur ben. Ik kan me moeiteloos situaties voor de geest halen waarin ik een verhaal van een ander vooral als opening zag om mijn eigen geschiedenis te vertellen. ‘Ik zit in een dip’. ‘Ja, dat had ik ook afgelopen zomer.’ Of: ‘wij zijn aan het kijken voor een nieuw huis.’ ‘Dat doen wij ook. We focussen op de omgeving rondom Breda.’

Gedurende vijf dagen leren we nauwgezet luisteren en dat blijkt hard werken, heel hard werken. Met een bijna wiskundige precisie kunnen we vervolgens meten welk niveau van luisteren we machtig zijn. De uitwisselingen hierboven scoren allemaal een ‘1.0’, het laagste niveau. Een 5.0 is voor Perfect Luisteren. Bij mijn eerste ‘3.25’ ben ik verheugd. Ik kan dus luisteren- als ik mijn best doe.

’s Avonds kom ik thuis en vertel mijn man opgewonden over de niveaus van luisteren, en over het verschil van een 3.50 en een 4.0. Eerst humt hij nog wat en knikt af en toe maar aangekomen niveau 4.50 knikkebolt hij. Een 0.0, noteer ik en besluit dat een hug meer op zijn plaats was geweest dan mijn eindeloze verhaal.

Mijn eerste leesbril

Scouting is hartstikke leuk, behalve dan die insignes die een welp met allerhande activiteiten kan verdienen. Een badge als bewijs dat een kind zelfstandig zijn zakmes kan slijpen; een embleempje voor het bijwonen van de gezamenlijke jaaropkomst- dat soort werk. Al die stugge lapjes stof moeten op het overhemd genaaid worden en dat valt niet mee. Handwerken is niet echt mijn forte. Qua breien ben ik nooit verder gekomen dan een barbie-sjaal. Zeuren heeft geen zin want dit moet gewoon gebeuren. Met het naaigarnituurtje dat ik ooit in een hotel heb verworven op tafel ben ik klaar om te borduren. Verdorie. Ik krijg die draad niet door het oog van de naald. Ik loop naar de felste lamp en doe nog een poging. In opperste concentratie pruts ik het draadje in het gaatje.

Dit is geen incident. Het is een patroon. Documenten op het beeldscherm staan nooit meer op 100%, maar altijd minstens op 150%. ’s Ochtends wil ik nog wel in de krant bladeren, maar ‘s  avonds laat ik ‘m links liggen omdat mijn ogen prikken. Verkeersborden zijn minder duidelijk. Teksten op verpakkingen zijn onleesbaar. Ik leen de leesbril van mijn man en in een klap zie ik alles weer scherp. Ontkennen heeft geen zin meer.

Voor het eerst in mijn leven loop ik een opticien binnen. Een onberispelijk geklede jongeman heet me opgewekt welkom. Kees helpt me door een oogtest en heel even twijfel ik aan het concept. Net als bij fysiotherapeuten en psychologen zijn opticiens toch vooral winkeliers. Kees heeft er dus alle belang bij om mij een dubbele cylinder en een dikke oogafwijking aan te smeren want dan verkoopt hij lekker. Ik besluit om het wantrouwen te laten varen en ik onderga de meting. Heel even steekt het wantrouwen de kop op als hij meldt dat ik een cylinder heb, maar ach, wat kun je anders? Kees zoekt een montuur voor me uit. Prachtige modellen. Voor een ander dan. Ik schrik van mijn spiegelbeeld. Ik zie er zo…zo…zo middelbaar uit. Eenmaal thuis ligt het naaigarnituurtje voor me klaar. Ik heb geen excuus meer: bril op en borduren maar.

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
willemijn.dicke@gmail.com
Feeds:
atom/rss