Middelbare mannen in lycra

Tot voor kort kon ik de Rotterdamse man van middelbare leeftijd in nood uittekenen. Ik heb het over heren met een beginnend buikje, meestal zo voorbij de vijftig jaar. Opeens laten ze hun baard staan, dragen een spijkerbroek met een iets te hippe wassing en ze laten hun aloude rockband The Who voor wat het is en komen opeens met coole popmuziek van nog niet ontdekte bandjes aanzetten. Bij deze signalen is het wachten op de volgende stap: belangstelling voor het behalen van vliegtuigbrevetten of een motorrijbewijs. Op feestjes zeggen ze iets over vrijheid en ‘echt’ willen leven. Bij zo’n nieuw, vrij leven hoort natuurlijk ook een jongere vrouw en geef ze eens ongelijk. Die kerels waren bijna aandoenlijk in hun voorspelbaarheid.

Maar afgelopen maanden, misschien wel jaar, hebben mijn mannelijke collega’s en kennissen niets verteld over vliegtuigen of motoren. Zou die hele midlife crisis dan opeens als sneeuw voor de zon zijn verdwenen? Dat betwijfel ik. Een aanzienlijk aantal mannen is ook weer onlangs met een blondere, jongere versie van hun vrouw opnieuw begonnen. Opeens viel het kwartje. Die heren hebben weliswaar geen vliegbrevet gehaald, maar ze delen wel allemaal een andere hobby. Ze fietsen. Ik heb het niet over een beetje toeren op je stadsfiets met drie versnellingen over de dijk bij de Rhoonse Grienden. Voor deze mannen is fietsen serieuze business. Vraag ze niets over hun nieuwe bezigheid want voor je het weet gaan ze vertellen dat hun mountainbikes zijn uitgevoerd in titanium en dat de versnellingen technologie bevatten waar ruimtevaartorganisaties hun vingers bij aflikken. Het budget voor hun nieuwe fietsuitrusting is ongeveer gelijk aan een bovenmodale gezinsvakantie. Het meest opvallende aan deze middelbare mannen op de fiets is hun outfit. Ze kopen strakke lycra pakjes in felle kleuren.

Wij vrouwen doen toch iets verkeerd. Mannen hebben het met elkaar knipogend over MILFs (Mothers I Like to Fuck). Wij hebben het te doen met de mannelijke MILFs: Mannen In Lycra op de Fiets.

Charlie in de Thalys

Ik stap in Brussel in de Thalys naar Rotterdam. De zojuist ingestapte reizigers zoeken hun gereserveerde zitplaatsen op. Het is een internationaal gezelschap waarin Engels, Frans, Duits en Nederlands wordt gesproken. Voorin de coupé zit een gezin uit Pakistan of India. Daarnaast een Frans echtpaar dat samen de verslaglegging over de Charlie Hebdo demonstratie in een Franse krant becommentarieert. Daarachter weer een studente met haar voeten onder haar billen die een studieboek leest.

Naast mij zit een heer met een keppeltje en een lange baard. De Joodse meneer en ik zijn gescheiden door een minuscuul gangpaadje. Naast deze Joodse reiziger zit een man met Noord Afrikaanse trekken.

De Joodse meneer staat op om naar de restauratiewagon of naar de wc te gaan. Zijn verschijning valt mij op. Wonend op Rotterdam- Zuid kom ik niet vaak mensen tegen aan wie ik aan de kleding of baard kan zien dat zij het Joodse geloof aanhangen. Ik doe mijn best om niet op te kijken want zeker na de aanslag in Parijs wil ik niemand tegen het hoofd stoten. Ondertussen maak ik me licht ongerust. Dit is een coupé waarin alle religies vertegenwoordigd zijn. Niemand zal toch deze meneer gaan lastig vallen?

Mijn ongerustheid blijkt onterecht. De medereizigers slapen of scrollen op hun telefoon. Niemand kijkt op. De heer komt terug en neemt zijn plaats weer in. Hij doet zijn bril af, legt die op het uitklaptafeltje voor hem en valt prompt in slaap. Bij een scherpe bocht van de trein glijdt de bril van het tafeltje. De Noord Afrikaanse buurman bukt en wringt zich onder het tafeltje. Hij pakt de bril van de grond en legt deze terug op het tafeltje. In Rotterdam wordt de brildrager pas weer wakker en zet zijn bril op zonder ook maar enige weet van de vriendelijkheid van zijn buurman. Ik wil hem aan zijn arm schudden en zeggen: ‘Zojuist heeft u een aardig gebaar gemist.’ Maar misschien is het beter zo. Het is een daad die even vriendelijk als vanzelfsprekend is- zo was het voor Parijs en zo is het nu nog steeds.

Gekmakende bureaucratie in de zorg

Onlangs is mijn alleenstaande oom, een heer op leeftijd, van Amsterdam naar een verzorgingshuis in Rotterdam verhuisd. Een overgang van 020 naar 010 is sowieso een hele stap, maar voor een 83 jarige is het een aardverschuiving. Van tevoren dacht ik dat de verhuizing de grootste klus zou zijn. Het zijn toch een hoop spullen die een mens in een leven kan verzamelen. De meeste tijd is echter niet gaan zitten in de verhuizing, maar in de administratie. Zo moet mijn oom naar een nieuwe huisarts. Dat gebeurt duizenden malen per jaar dus daarvoor zal wel een standaardprocedure zijn, zou je denken. De doktersassistente hier laat weten dat mijn oom eerst uitgeschreven dient te worden bij de oude huisarts, voordat de patiënt in de nieuwe praktijk ingeschreven kan worden. Ik bel dus de Amsterdamse huisarts op. Welnee mevrouw, zo gaat dat niet. Ik had het vast verkeerd begrepen. Mijn oom moet eerst in de nieuwe praktijk bekend zijn, alvorens zij over kunnen gaan tot uitschrijven. Dus bel ik nogmaals met de nieuwe dokter- enzovoort. Eenzelfde reeks van telefoontjes voor het overhevelen van de specialistische zorg naar een Rotterdams ziekenhuis. Bij het Amsterdamse ziekenhuis vraag ik wat er voor nodig is om zijn medische dossiers naar Rotterdam te laten komen. Mijn veronderstelling is dat met één druk op de knop het hele dossier digitaal bij het nieuwe ziekenhuis zal belanden. Welnee mevrouw. We gaan alles voor u uitdraaien op papier. Ik moet eerst maar eens aangeven wat ik allemaal wilde hebben. Wil ik ook de röntgenfoto’s hebben? Dat is dan 10 euro per stuk. Wanneer ik voorstel om het hele pakketje te sturen naar het nieuwe ziekenhuis, raadt de hulpvaardige baliemedewerker dat ten zeerste af: ‘Onze ervaring is dat die dossiers zoekraken mevrouw. Ik zou het naar uw huisadres laten sturen.’

Overal word ik vriendelijk behandeld en doen medewerkers hun uiterste best voor mij en mijn oom. Maar wat een gekmakende inefficiëntie overal. Mijn oom laat zich hierdoor niet afleiden. Hij richt zich op het vinden van een nieuw stamcafé met leestafel, waar hij zijn dagelijkse koffie verkeerd kan drinken.

Gelukkig nieuw jaar, Rotterdam!

Ik heb al zo’n 25 jaar een vaste set aan voornemens. Het zijn ook nog eens de minst originele voornemens: meer bewegen, minder alcohol, minder eten, meer slapen. Afgelopen jaren zijn daar ook nog eens nieuwe voornemens bijgekomen. Minder tijd laten weglekken met wezenloos internetten bijvoorbeeld. Nieuwe recepten uitproberen. Vaker met mijn man naar het Boijmans en naar de Rotterdamse Schouwburg. Meer geld sparen. Genieten van de dagelijkse wandeling met de hond op eiland van Brienenoord in plaats van een wandeling tussen beton en baksteen. Eens per maand met mijn man uit eten om elkaar weer eens te vragen hoe het gaat, in plaats van alleen maar de dagelijkse logistieke gezinspuzzel te leggen. Het huis opgeruimder houden. Fotoboeken maken. Dagelijks mediteren. Kinderen niet met de auto maar op de fiets naar clubjes en verenigingen brengen. Kunst kopen. Meer tijd doorbrengen met mijn vader en andere bloedverwanten. De televisie uit, en leesbril op. De serie voornemens is nog vele malen langer.

Het heeft even geduurd voordat het besef indaalde, maar ik stel vast dat mijn leven zich de afgelopen 25 jaar bar weinig heeft aangetrokken van al die lijstjes. Daarbij is het is zo’n enorm woud aan wensen voor het nieuwe jaar geworden dat ik altijd zal falen: ik kan onmogelijk aan al deze eisen tegelijk voldoen. Dus enerzijds heb ik de ervaring dat ik maar weinig verander dankzij of ondanks de lijstjes, anderzijds zijn die voornemens tot mislukken gedoemd omdat het er gewoon te veel zijn.

Dit jaar ga ik het anders doen. Wat nou goede voornemens. Ik ben prima zoals ik ben. Ik houd het bij een enkele daad voor het nieuwe jaar: ik koop een elektrische fiets en daarmee ga ik voortaan forensen. Lekker de ochtenddauw op mijn wangen in plaats van de dagelijkse file op de A13. Dat is geen voornemen, dat is een concrete aankoop. Mijn enige voornemen voor 2015 is dat mijn goede voornemens gewoon mogen mislukken. Proost!

Boos op de bank

Dertien jaar geleden gingen mijn man en ik op huizenjacht in Rotterdam. De bomen groeiden tot in de hemel. De bankbediendes lachten ons toe. We waren jong, kinderloos en veelbelovend dus dat salaris van ons zou heus verder toenemen. Welnee, lenen was geen enkel probleem. Sterker nog, we waren een dief van onze eigen portemonnee als we niet de maximale hypotheek zouden nemen. Er kwamen rekensommen over aflossingsvrije varianten waaruit onomstotelijk vast kwam te staan dat hoe meer we zouden lenen, des te rijker we zouden worden.

Keken we aanvankelijk naar bescheiden huizen, aangewakkerd door deze ongekende mogelijkheden, zaten we op Funda opeens naar Jugendstil villa’s te kijken. Gelukkig kwamen we net op tijd bij zinnen en betrokken we een rijtjeshuis in Rotterdam.

Er kamen kinderen en al gauw gingen we beiden minder werken. Vervolgens verruilde mijn man een managementfunctie in de private sector voor een baan in het basisonderwijs. Hij ging er zo’n 60% in salaris achteruit. Deze switch zat even niet in het scenario waarmee de banken destijds rekenden. We zijn nog elke dag blij dat we toen, ondanks de verleiding door de bank, niet voor die villa hebben gekozen.

Het op grote schaal verstrekken van te hoge hypotheken is, zoals we nu weten, het begin geweest van de financiële crisis. Dat moet anders. Voorwaarden zijn strikter en de regering spoort ons aan om onze leningen zoveel mogelijk af te lossen. Ondertussen betalen we met zijn allen gigantische bedragen om met staatssteun de banken overeind te houden.

Ik zie wel wat in het verminderen van mijn schulden en besluit een extra aflossing te doen. ‘Uiteraard moeten we u een boete opleggen mevrouw’, zegt de beleefde bankmeneer met ongekende vanzelfsprekendheid. Hoor ik het goed? Met het aflossen bouw ik mee aan een stabieler financieel systeem. Als afstraffing ontvang ik daarvoor een rekening? De staatssteun is kennelijk niet genoeg: ik mag gewoon nog een keer betalen. Boete op extra aflossing hypotheek was altijd al raar. Dat het nu, na de bankcrisis, nog steeds zo is, is absurd. Hebben deze arrogante boeven ook maar iets geleerd van de crisis?

Groupies

In de avondkou staat een lange rij voor de deur van Arminius. De zaal is uitverkocht. Deze fans hopen dat er alsnog een kaartje vrijvalt. Het is geen popster die vanavond optreedt maar de bioloog Frans de Waal- de internationale apen expert. Hij zal vanavond vragen behandelen als: Kunnen apen invoelen met een ander? Kunnen ze troosten?

Net voor de aanvang van de lezing loopt een dame op leeftijd langs de zitplaatsen op de eerste rij. Die stoelen zijn allemaal bezet. Achterin zijn nog plekken, maar kennelijk wil zij vooraan zitten. Deze vrouw zal voorbij de zeventig jaar zijn. Haar witte haren draagt ze los, alleen de voorste springerige lokken heeft ze in een meisjesachtige haarklem vastgezet. Ze heeft haar functionele regenjas binnen aan gehouden. Kruislings over haar borst draagt ze een linnen tas met het verweerde logo ‘Kruisrakketten nee.’ Als er geen lege plek meer beschikbaar is, zakt ze door haar knieën en gaat op de grond zitten. Ze trekt haar knieën op en schuift wat met haar billen. Op haar gezicht verschijnt een brede glimlach als Frans de Waal het podium betreedt.

Gedurende de lezing houdt ze deze glimlach vast, alleen onderbroken door een schaterlach bij een briljant filmpje over chimpansees of bij een grapje van Frans de Waal over de Amerikaanse politiek of over gedrag van zakenmannen. Hij betoogt dat mensen apen zijn, net als bonobo’s en chimpansees. De mens is geen aparte categorie. Niet alleen het overlappend DNA tussen alle apen, waaronder mensen, is overtuigend bewijs. We kennen dezelfde emoties. Daarbij: apen kunnen, net als mensen, anderen troosten. Ze kunnen samenwerken, anderen helpen. Het precieze moment kan ik het niet duiden, maar ergens tijdens de lezing ben ik verliefd geworden op Frans de Waal. Hij is zo erudiet, zo grappig, zo nieuwsgierig naar weer nieuwe vraagstukken.

Na afloop wil ik de oudere dame de hand reiken om op te staan maar dat is niet nodig. Ze staat al bij de spreker om een handtekening te vragen. Ik kan Frans de Waal gerust stellen. Mocht de generatie grijze groupies rondom hem uitsterven, dan ben ik van harte bereid om deze rol met verve te vervullen.

Sint, ik wil een nieuwe politieke partij

Ik ben uiterst redelijk. Ik weeg dingen tegen elkaar af, praat met mensen uit verschillende geledingen, lees me in op onderwerpen. Toch heb ik over veel, zo niet alle huidige politieke onderwerpen in Rotterdam, een minderheidsmening. Mijn afwijking is niet eenduidig. Soms ben ik vele malen progressiever dan de meerderheid, maar soms haal ik Rotterdam ter rechterzijde in.

Zo ben ik voor de legalisatie van alle drugs, inclusief suiker en alcohol. Dit is behoorlijk links maar het kan nog linkser. Ik ben namelijk ook voorstander om het uiterlijk van zwarte piet stapje voor stapje te veranderen. Want of het nu nog zo wordt bedoeld of niet, het is onmiskenbaar zo dat mensen zich gekwetst voelen door de zwartepietentraditie. Van mij hoeft het roer niet radicaal om. Een gekleurd pietje hier, een zwarte piet daar- en volgend jaar weer een beetje meer veranderen. Het lijkt me een redenering waar geen speld tussen is te krijgen. Met dit gebalanceerde verhaal blijk ik een zeurderig ultralinks-minderheidsstandpunt in te nemen.

Waar maakt Rotterdam zich nog meer druk om. Een nieuw poppodium? Ik was afgelopen weekend in Grounds. Ik kende het podium tot nu toe alleen van naam. Het festival was uitverkocht en er heerste een prettige, open sfeer. Super professioneel geluid en licht. Wat is er mis met Grounds als poppodium? Is een capaciteit van 200 man te weinig? Als er echt zo’n enorm potentieel aan bezoekers is, waarom zijn al die vorige podia dan op de fles gegaan? Hier ben ik dus duidelijk te conservatief voor Rotterdam. Als het echter gaat om preventief fouilleren, ben ik weer linkser dan de meerderheid. Ik vind het belachelijk hoe grondrechten hier met de voeten worden getreden. Hier wordt niet geknabbeld aan maar gehakt in de rechtstaat. Maar ja, als het dan gaat over afval op straat, blijk ik bijna reactionair in mijn conservatisme. De vervuiler moet de boel opruimen op straffe van zes weken vegen in je eigen buurt.

Lieve Sint, ik heb een hartenwens voor pakjesavond: een nieuwe politieke partij. Lukt dat nog voor vanavond?

Vertrouwen op de Sint

Dit jaar voorkomen we gestress op de laatste dagen voor Sinterklaasavond. Een maand tevoren maken mijn man en ik een Excel-lijst met cadeauwensen van de kinderen, inclusief de bedragen. Is het een goede mix van nuttig en leuk en is het eerlijk verdeeld? Als we tevreden zijn met het Excelbestand, ga ik een avond bestellen op internet. Ik klik wat in het rond en binnen mum van tijd is het gefikst. Niet eerder ging het zo gemakkelijk. Ik verwen mezelf ook met een Sinterklaascadeau. Ik houd van Scrabble. We spelen al jaren met een piepkleine reisversie waarvan het bord met satéprikkers en plakband bij elkaar gehouden wordt. Ik kies de meest luxe editie.

De daarop volgende weken stromen de bestellingen in alle soorten en maten binnen in ons huis. Ik kan de dozen niet openmaken waar de kinderen bij zijn, dus stapel ik de pakjes ongeopend in kledingkasten- zonder de bestelling te controleren. Ik ontvang mailtjes van vertraging in de bezorging of dat iets toch niet leverbaar is in de gewenste kleur of maat.

Daar gaat het dus mis. Ik heb weliswaar alle bestellingen gedaan, maar ik heb niet bijgehouden wat we nu precies wel en wat we niet in huis hebben. Er zit niets anders op voor ons. Op een avond controleren we doos voor doos. Onze keuken verandert in een logistiek centrum. We nemen het Excelbestand, markeren of het cadeau binnen is, we pakken het in en nummeren het volgens een uniek coderingssysteem. Bij pakje zes kijkt mijn man me streng aan. ‘Hoe komt Scrabble in deze doos?’ Als ik de bestelling beken, kijkt hij teleurgesteld. ‘Maar dat spel heb ik ook al voor jou gekocht. Wie regelt nou zijn eigen Sinterklaascadeautjes?’ Ben ik soms vergeten dat ik, ongevraagd, een Vivienne Westwood jurk ontving van Sinterklaas? Die zijden japon met kleurige bloemen?

Mijn man heeft gelijk. Ik moet gewoon vertrouwen op de Sint.

Een dag later doet mijn man per ongeluk de Westwood creatie bij de 60 graden was. De jurk krimpt 3 maten, de kleuren zijn doorgelopen en de bloemen zijn verlept.

Het is weliswaar geen gedicht, maar de hint van Sint is er niet minder duidelijk op: niet inhalig je eigen cadeaus bestellen en gewoon vertrouwen op een heerlijk avondje. Dank u Sinterklaas!

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
willemijn.dicke@gmail.com
Feeds:
atom/rss