Op zoek naar een middelbare school

Ik ben een kind uit een gemengd huwelijk. Destijds had die uitdrukking betrekking op het geloof. Mijn moeder was Rooms Katholiek en mijn vader was Nederlands Hervormd.

Zo’n huwelijk was niet vanzelfsprekend. Mijn moeder werd bijvoorbeeld geweigerd als lid van de Medezeggenschapsraad van de christelijke basisschool omdat ze Rooms Katholiek was. Hoopgevend hoeveel er kan veranderen in 40 jaar.

Ergens in de huwelijkse voorwaarden was impliciet bedongen dat mijn broer en ik weliswaar in de protestantse kerk gedoopt zouden worden en naar een christelijke lagere school zouden gaan, maar dat onze middelbare school vervolgens katholiek zou zijn.

Die keuze was dus allang uit-onderhandeld door mijn ouders. Binnen fietsafstand was maar één katholiek VWO. Kennissen waren positief over deze school en dus schreven mijn ouders mij in voor deze middelbare school. Dat was het. Een procedure die overigens naar ieders tevredenheid was.

Onze dochter moet zich eerdaags ook inschrijven voor ‘de middelbare’. Ik ben klaar voor de procedure van mijn jeugd: inschrijven en klaar. Dat gaat toch een beetje anders in Rotterdam in 2014. Kiest ze voor extra veel uren sport, of voor de theater-middelbare school? Of toch liever een VWO met nadruk op techniek? We kunnen ook nog naar een school met Chinees, of eentje met een zwaar pestprotocol, een tweetalige school of een iPad-school. De ene middelbare school zweert bij project onderwijs met veel nadruk op samenwerken, de ander benadrukt juist de individuele prestaties. Alle scholen hebben open dagen, informatieavonden voor ouders en open lesdagen voor toekomstige leerlingen. Onze weekends tot 1 maart volgend jaar zijn volgeboekt met dit soort informatie-dagen.

Dit gigantische aanbod van middelbare scholen is prachtig. Ondertussen heb ik het vermoeden dat het allemaal geen bal uitmaakt: ik, die zonder overleg werd ingeschreven voor een middelbare school, of mijn dochter, die na al die open dagen en meters folders kiest voor een bepaalde school. Beide 12 jarigen beginnen aan een onbekend avontuur en zullen hoe dan ook hun eigen weg moeten gaan vinden in een heel nieuwe omgeving. Zoveel is er niet veranderd: waarschijnlijk wordt het een school die we via via kennen en zich op redelijke fietsafstand bevindt.

Oud en eenzaam

Oud worden is niet gemakkelijk. Eenzaam oud worden is verschrikkelijk.
Mijn alleenstaande oom, ver in de tachtig, woont zelfstandig. Afgelopen week is hij gevallen in zijn appartement. Wat er precies is gebeurd weet hij niet, maar hij was niet in staat om zelf op te staan of om hulp te roepen. Hij heeft minstens twee dagen op de grond gelegen. Buren waren gealarmeerd omdat ze hem een poosje niet hadden gezien. Ze belden een ambulance en nu ligt hij bij te komen in het ziekenhuis.

Dit is alweer een dieptepunt in zijn ouder worden. Hij kan allang niet meer meekomen. Hij kwam graag in de bibliotheek waar hij artikelen uit kranten kopieerde. De bieb ging echter over van kleingeld op een chipsysteem voor het kopieerapparaat. Saldo opladen, piepjes, codes…dat gaat hem boven de pet. Nu komt hij niet meer in de bibliotheek. Hetzelfde met openbaar vervoer. Een strippenkaart ging prima, maar het opladen van een OVkaart is te ingewikkeld. Dit zijn nog de eenvoudige dingen. Probeer maar eens iets in de zorg te regelen. Mijn oom wil absoluut niet naar een verpleeghuis. Dus regelden we thuiszorg. We hebben intakes met drie verschillende instanties gehad. Dames  die op bezoek kwamen met ongeveer dezelfde vragenlijsten. Het waren hoofdkantoren, lokale instanties en teamleiders. Intieme vragen kwamen voorbij, over persoonlijke verzorging en trauma’s uit het verleden. Er verscheen weer een dame met weer een leeg formulier, met de hand ingevuld. Van enige overdracht merkten wij niets. Bij nummer drie vroeg ik of zij nu degene was die mijn oom zou verzorgen. Welnee, daarvoor hadden ze een onderaannemer. Na bellen met indicatiestellers en nog een telefonische intake bleek mijn oom recht te hebben op 50 minuten zorg per week.  Een klein uur voor schoonmaken, persoonlijke verzorging en boodschappen.  

Wij hebben in totaal 8 uur intake gehad. Met een fatsoenlijke overdracht had dat 1,5 uur kunnen zijn.

Ik geloof niet dat het alleen een kwestie van geld is in de ouderenzorg. Het gaat ook over goed en anders organiseren. Daarmee winnen we zoveel tijd dat we, in plaats van administratie en intakes, aandacht en zorg kunnen geven. Wie weet verzacht dat een beetje de eenzaamheid.

Studenten op gympen

Het is stil in de treincoupé. Alle reizigers kijken wat op hun smartphone of luisteren naar muziek. Opeens wordt de rust in de avondtrein naar Rotterdam verstoord. Drie jonge vrouwen komen aangehold. Ze zullen een jaar of 18 zijn. Alle drie hebben ze zo’n kort rokje aan, dat deze nauwelijks onder hun ski-jack uitkomt. Een andere overeenkomst is hun handtas van enorme afmetingen.

‘Is jouw date lid van het Bestuur?’ vraagt het blonde meisje opgewonden aan haar vriendin. ‘Nee, hij is lid van de Senaat.’ ‘Dat is het zelfde’, weet de derde vriendin. Er ontstaat een discussie over Senaat en Bestuur. De conclusie van de drie is dat ze niet zeker weten wat de functie van hem op de studentenvereniging is, maar dat hij vast goed tegen drank kan. ‘Machiel zei dat we niet moesten proberen om hen bij te houden met drinken. Dat redden we niet.’ De meiden knikken serieus. ‘Hoe gaan we onze date eigenlijk begroeten?’, wordt het volgende dilemma opgeworpen. De een wil een hand geven, waarop de ander begint te giechelen. ‘Aangenaam kennis te maken’, zegt ze overdreven formeel. Ze besluiten om de mannen te begroeten met drie kussen. En dan nog één ding. De blonde vriendin wil, ‘wat er ook gebeurt’, samen naar huis, rond een uur of drie, vier vannacht. Vriendin twee stemt meteen in, maar de derde kijkt dromerig uit het raam. ‘We gaan niet weer opeens met iemand mee hè?’, vraagt de blonde streng. De derde vriendin antwoordt niet maar stelt een nieuw onderwerp aan de orde. ‘Hé, ga jij op die hakken lopen vanaf de metro naar de vereniging?’ De vriendin tovert gympen uit haar handtas. Het zijn ongelooflijk smerige schoenen. Bier en modder herinneren aan andere goede feesten. De pumps verdwijnen in de tas en ze doet de gympies aan haar pantyvoeten. Als ze uitstappen bij Blaak, in hun feestelijke uitdossing met ski-jack en afgetrapte gympen, kan ik een glimlach niet onderdrukken. 25 jaar geleden ging ik, in soortgelijke outfit, met min of meer dezelfde voorbereidingen en niet nagekomen afspraken naar mijn eerste gala. Rotterdam mag dan veranderen in razend tempo, sommige dingen blijven verrassend constant.

Borstenmannen en ander gespreksongemak

Ik drink koffie bij het Nationale Nederlanden- DE café bij het centraal station. Tussen de hippe dertigers en veertigers ben ik de enige loonarbeider die hier niet komt om te werken. De rest zijn ZZP-ers, afgaand hoe druk ze zijn met hun social media op hun laptops en tablets. Op weg van de kassa naar mijn tafeltje kom ik een bekende tegen. Ze spreekt me aan en we maken een praatje. De kennis staat net een halve meter dichterbij mij dan ik wenselijk vind. Als ik vervolgens een stapje achterwaarts zet om de ruimte tussen ons te vergroten, beweegt ze vanzelf met me mee. Het is alsof we samen een choreografie uitvoeren in het café. De afstand tussen ons is zo klein dat ik inmiddels de neusharen bij mijn kennis kan tellen. Als uiterst redmiddel breng ik het dienblad met de cappuccino als schild tussen ons in om mijn persoonlijke ruimte te verdedigen, maar zelfs die barrière helpt nauwelijks. Ik breek het gesprek voortijdig af om van haar af te zijn.

Naast de space invaders is er nog een vervelendere gesprekspartner: de borstenman.

Vrouwen kijken hun gesprekspartner in de ogen. Mannen niet, tenminste, als ze in gesprek zijn met een vrouw. Mannen loeren naar de borsten. Laatst had ik weer zo’n situatie. Het was een zakelijke bespreking. De man in kwestie had me nog geen moment in mijn ogen gekeken. Hij bleef met zijn ogen plakken aan mijn borsten. Dan dwaalde hij weer iets naar links, iets naar rechts. Heel even oogcontact, en dan zakte hij weer af ter hoogte van mijn buste. Toen hij zijn ogen toch even afwendde van mijn borsten en me voor een kort moment in de ogen keek, zag hij dat ik had gezien dat zijn ogen continu op mijn borsten rustten. En nu het irritante: vervolgens begon ík te blozen omdat hij zich betrapt voelde.

Opeens zie ik wat hier gebeurt in het café: al die laptops en tablets zijn hier niet om door middel van social media contact te maken, maar het zijn afweerschilden tegen space invaders en borstenmannen.

Schone straten. Het kan.

Tijdens de lunchpauzes parkeren auto’s voor ons huis op de Kop van Zuid. De mannen eten hun lunch achter het stuur. Het tafereel is voorspelbaar. Na een paar minuten gaat het raampje een klein stukje open en wordt het frietbakje of kebab papiertje op straat geflikkerd. Even mond afvegen voordat hij de auto weer start. Het portier wordt nog kort geopend om ook het papieren servetje op straat te  dumpen en dan is het tijd om weg te rijden.

Lange tijd ergerde ik me kapot aan deze vervuilers maar mijn huisgenoten vonden mij zo langzamerhand een reactionaire zeurkous worden. Iedereen gooit zijn afval op straat in Rotterdam- daar is nu eenmaal niets aan te veranderen. Alleen burgerlijke types die terugverlangen naar de goede oude tijd, maken zich nog boos om dit soort kleinigheden. Ik heb weleens mensen aangesproken als zij achteloos hun afval op straat lieten slingeren en die keren werd ik recht in mijn gezicht uitgelachen. Van schaamte was geen sprake. Ik was afwijkend, niet zij. Ik schikte me in mijn lot. Afval op straat is kennelijk vanzelfsprekend.

Dat dacht ik tot ik afgelopen week naar Tallinn reisde. Deze hoofdstad van Estland heeft 400.000 inwoners, vergelijkbaar met Utrecht. Er zijn twee universiteiten en er is industrie. Het is dus niet een ingeslapen toeristisch dorpje. De claim to fame van de hoofdstad van Estland is dat Skype er is ontwikkeld. Geen geringe prestatie voor de mensheid.

Welnu, in deze ontwikkelde stad van enige omvang was het schoon. Op het vliegveld was nergens rommel te bekennen. De straten waren geveegd en opgeruimd. Ik heb geen chipszakje of kartonnen drinkbeker gezien. In de parken en winkelpassages was het netjes.

Aha, het kan dus wél proper en opgeruimd zijn in de publieke ruimte in de 21e eeuw. Ik informeerde bij een introverte Est naar het geheim van de schone stad. Zijn er continu ploegen straatvegers aan het werk? Zijn er gepensioneerden die tegen een hongerloontje de rotzooi van de middenklasse opruimen? Is er sprake van de dreiging van een torenhoge boete als je iets op straat gooit? Hij moest lachen om mijn suggesties. ‘Het geheim? Gewoon je eigen rotzooi opruimen.’

Het jet-set gevoel

Voor de opening van tentoonstelling ‘The future of fashion is now’ heeft het Boijmans goed uitgepakt. De genodigden kunnen ’s avonds niet alleen de expositie bezoeken, maar er zijn ook live performances en er is een dj met een dansvloertje bij de entree. De kassa is omgetoverd tot een grote ronde bar met eindeloze voorraden wijn.

Op mijn hoge hakken loop ik over de rode loper tussen mode-minnend Rotterdam.

Hoewel mijn jurk met zorg is uitgekozen, haalt mijn outfit het niet bij de kleding van de andere bezoekers. Niet eerder verkeerde ik in een gezelschap waar werkelijk over ieder detail van de kleding is nagedacht. Vrouwen van 50+ lopen in ingewikkelde hobbezakken en daaronder dan rode puntschoentjes; heren dragen spectaculair scherp gesneden pakken; meiden met fabelachtig lange benen hebben neon minjurkjes aan. Zo gevarieerd als de kleding is, zo eenvormig zijn de kapsels trouwens. Ik had de trend gemist, maar als je een beetje mee wil doen, moet je hoofd a-symetrisch zijn geschoren. Dat geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Waar je niet geschoren bent, draag je het haar in lange lokken. Bij de mannen ook vaker gezien: rondom de schedel geschoren, en bovenop de kruin een staartje, a la de Aziatische krijger Djengis Khan.

Ik stel tevreden vast dat de opening lekker mondaine is vormgegeven. Dj, performances. Mooie mensen. Glamour. Internationale Celebreties.

Stukken uit de collectie van de mode-ontwerpers Viktor & Rolf maken deel uit van de tentoonstelling en Viktor is aanwezig bij de opening. Ik heb het genoegen om een praatje met hem te maken. Opeens is alles mogelijk, zo tussen de internationale beroemdheden. Nog even en een privé jet wordt ingevlogen om mij met deze mode-ontwerpers te laten aanschuiven op een jetset feestje in Monte Carlo. Ik zeg niet dat het meteen gebeurt, maar het zou kunnen.

Bij de bar bestelt Viktor twee wijn. Als hij de glazen wil aanpakken, maakt de barvrouw een terugtrekkende beweging. ‘Dat is dan twee consumptiebonnen.’

Het jetset gevoel is die avond niet meer wedergekeerd.

Hoe mannen ook thuis kunnen losgaan met poetsen

Iedereen die weleens in het weekend langs het Esso station op de Korte Stadionweg is gereden, weet dat een oplossing voor een groot maatschappelijk probleem binnen handbereik is. Elk weekend is het druk bij deze autowasserij op Zuid. De variëteit aan bezoekers is groot: Marokkanen, Antillianen, Turken en autochtone Feijenoorders. Jong en oud lopen door elkaar. Maar één ding hebben ze gemeen: het zijn uitsluitend mannen.

Anderen rijden misschien door de wasstraat en klaar. Maar deze hieren niet. Welnee. Ze hebben tubes speciale crèmepjes voor dit auto-onderdeel meegenomen, en een pot met een ander schoonmaakmiddel voor de spoiler. Men poetst de boel met de hand op met het ene lapje, en men wrijft weer na met een andere, zachte doek. Aan één inworp voor de autostofzuiger hebben ze niet voldoende. Ze verwijderen vloermatten en ontruimen de kofferbak. Men doet nogmaals een inworp voor een ronde stofzuigen. Als het moet, gaan zelfs de autostoelen van hun plaats om de auto werkelijk tot de laatste centimeter kruimelvrij te maken. Sommige mannen komen met zijn tweeën en overleggen over de beste aanpak voor de schoonmaakbeurt. Niemand heeft haast. Ze hebben plezier in het autowassen. Als ze wegrijden, geven ze de wagen goedmoedig een klopje op het dak, of liefkozend een tik op de billen voordat ze achter het stuur kruipen.

Als die mannen zo losgaan bij het poetsen van de auto, kan dat thuis natuurlijk ook. Gewoon een kwestie van reframen van huishoudelijke taken- zie hier mijn oplossing voor het maatschappelijke probleem dat overwegend vrouwen voor dit soort klussen opdraaien. We maken van stofzuigen thuis een echte mannenzaak. Dus fabrikanten: niet langer van die truttige aquarelkleurige stofzuigertjes graag, maar grote, onhandzame zware machines met een industriële look. Ook schoonmaakmiddelen moeten een make-over krijgen. Het kiezen van een geschikt schoonmaakmiddel is een gewichtige taak: het komt aan op expertise, ervaring en inzicht. Natuurlijk is het huishouden zwaar werk: het versjouwen van meubels en omkeren van kleden vereist pure spierkracht. Als het per se moet, staan we ook nog wel toe dat er een rode ferrari-fauteuil of een Cars-vloerkleed in de huiskamer komt.

Ik zie een schone toekomst voor onze dochters.

Er is hoop voor dit yogavrouwtje

Mijn hele leven heb ik gewerkt aan het vermeerderen van mijn kennis. Diploma op diploma gestapeld. Een verdiepende leergang hier. Een interessant boek daar. Al die jaren heb ik er nooit over na gedacht of ik mijn tijd misschien beter zou kunnen besteden aan andere aspecten van mijn leven. Het scherpen van de geest was voor mij vanzelfsprekend het hoogste goed.

Ongeveer vanaf mijn veertigste zijn dingen aan het schuiven. Wat is de zin van het leven? Hoe goed te leven? Ik weet het: dit zijn typische vragen voor een midlifecrisis van een vrouw. De meeste mannen gaan hun vliegbrevet of motorrijbewijs halen. Maar wij vrouwen, wij gaan in de zweef.

In mijn boekenkast had ik aanvankelijk een plankje gereserveerd voor boeken van het genre dat mijn man liefkozend omschrijft als ‘spirituele shit’. Inmiddels beslaat mijn collectie 3 volle planken. In deze boeken -en ook in de aanpalende cursussen en retraites- gaat het nooit alleen over de verstandelijke vermogens. Er is ook nog een lichaam namelijk. Daaraan had ik nog nauwelijks tijd besteed behalve dan af en toe een rondje hardlopen.

Op een zondagavond besluit ik dat ik het roer om zal gooien. Het is tijd om thuis te komen in mijn lijf.  Op een webpagina lees ik: ‘T’ai Chi brengt ontspanning, balans, goed contact met je lichaam.’ Precies wat ik nodig heb en ik schrijf me in bij Slowmotions. 

Mijn dochter krijgt de slappe lach: ‘T’ai Chi! Dan kom je tussen die yogavrouwtjes te zitten!’ Ik weet niet precies wat een yogavrouwtje is, maar ik geloof dat ik aardig in de buurt kom in mijn joggingbroek en blote voeten. Instructeur Koos Kok beweegt ongelooflijk soepel met vloeiende bewegingen als een volleerd Chinees. Dan mogen wij, beginners, hem nadoen. Wat bij Koos moeiteloos gaat, verloopt bij mij schokkerig. Ik tril van inspanning. Bij een bepaalde houding van alleen mijn handen krijg ik kramp, daarna volgt kramp in mijn voeten op plekken waarvan ik niet eens wist dat er spieren zaten. Koos heeft echter goed nieuws. Iedereen kan het leren, hoe jong of oud je ook bent. Er is hoop voor dit Yogavrouwtje.

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
willemijn.dicke@gmail.com
Feeds:
atom/rss