Eikels

Lunchtijd in Amsterdam. In afwachting van mijn afspraak, zat ik alleen op een terras in de grachtengordel. Tussen de kleine tafeltjes was een symbolische afstand van ongeveer 3 centimeter in acht genomen. Het was dus onvermijdelijk om gespreksflarden op te vangen.

Op het terras zaten louter goedgeklede, mooie, gebruinde vrouwen op ingewikkelde schoenen. En mannen in pak. De mannen hadden een lunchafspraak met mannen; de vrouwen met de vrouwen. Er was niet een gemengd tafeltje.

Naast mij was het tafeltje vrij, maar aan het tafeltje daarnaast bespraken twee vrouwen, eind dertig, het dilemma: werken aan je huwelijk, of gaan voor die leuke affaire met de collega? Iedere speler in dit spel werd met naam genoemd; haar man, haar collega, en de vrouw van die collega.
'Hij heeft het nooit over Eva. Wel over zijn zoon.'
En is de seks goed, wilde de blonde vrouw weten.
Heel goed. Extreem goed. Nog nooit zoiets meegemaakt.
Ze giechelden allebei.

Twee mannen in blauw pak, zonder das, wurmden zich tussen de overspelige vrouwen en mijn tafeltje in. Ja hoor, de plek was nog vrij. De vrouwen haalden met tegenzin hun grote handtassen met veel zilverwerk van de zojuist opgeeiste stoelen af.

De man met blonde krullen had een pied a terre in Amsterdam. De reistijd naar huis was niet te doen joh.
Maar als je nu een andere afslag neemt en dan die N-zoveel neemt, informeerde de gesprekspartner.
Eindeloos werden verschillende routes besproken.
Of verhuizen naar een Friesland. Ten westen van Leeuwarden ben je binnen een uur in Amsterdam.
Is dat zo? Hoe rijd je dan?
Weer opsommingen van afslagen, sluiproutes, tunnels en bruggen.
Dan zou hij weer gewoon elke dag bij zijn gezin kunnen zijn.

Ja, maar weet je.
Zijn dochter had een lichte vorm van autisme. Niet altijd een pretje hoor, om daarmee te zitten. Een break van een paar dagen per week is dan best lekker. En hier is het uitzicht ook veel mooier dan in Leeuwarden. De man knipoogde naar zijn vriend en knikte naar de twee gebruinde vrouwen met diep decollete naast hem.

Het was kicken

Als tiener al was ik een beetje jaloers op mensen met een hobby. De overbuurman verzamelde bijvoorbeeld olifantjes. Dan heb je dus altijd wat te doen. Op rommelmarkten, buitenlandse reizen ga je speuren naar het olifantje dat je nog niet hebt.
Mijn broer wist (en weet) veel van vogels. Ook mooi, heb je altijd wat te kijken.
Een collega van mij houdt van films. Hij kent sleuteldialogen uit zijn hoofd. Hij kent regisseurs en hun oeuvre, eigenaardigheden van acteur of filmlocatie.

Ik stap tamelijk oppervlakkig door het leven.
'Jij weet heel weinig van heel veel', typeerde ooit een disgenoot mijn (gebrek aan) kennis van zaken.
Ik vergeet de namen van acteurs en regisseurs; ik lees te snel om de details te laten beklijven; ik wandel maar ik zie niets bijzonders (addertjes? roofvogels?).

Maar nu heb ik dus een hobby.
Jazeker.
Vorige week maakte ik kennis met de triatlon (een ieniemienie variant, 1/16 van de normale afstand; elke triatleet lacht om deze afstand). Opeens speur ik sites na, op zoek naar tips and tricks en trainingsschema's; ik ben opeens benieuwd naar de status van Nederland in het internationale veld; ik onderzoek de varianten van de triatlon.

Ik denk dat het wat gaat worden, tussen de triatlon en mij.

photo 2.JPG

Tony Judt

Terwijl ik zijn laatste boek las in de zon in onze kleine achtertuin, witte wijn binnen handbereik, stierf Tony Judt. The New York Times schreef een necrologie waarin Judt over zichzelf zegt:

"Today I'm regarded outside New York University as a looney-tunes leftie self-hating Jewish communist; inside the university I'm regarded as a typical old-fashioned white male liberal elitist," he told The Guardian of London in January 2010. "I like that. I'm on the edge of both, it makes me feel comfortable."

Ipadden

Mijn zoon (5 jaar) had gisteren met kinderen gespeeld waar een Ipad in huis was. Vandaag wilde hij niet mee naar de midgetgolf.
Waarom niet?
'Ik heb meer zin om te Ipadden bij mijn vriendje.'

Liefde is een werkwoord.
Ipad is bij deze dus ook een werkwoord geworden.

Vakantieflarden

Vakantiebestemming is het meest overschatte gespreksonderwerp, twitterde ik voor de vakantie. Wij gingen naar een camping in Frankrijk, waar de voertaal Nederlands was.

Veel gezinsleed gezien. Wanhopige ouders met pubers, huilende babies, zieke honden. Ook een gezin met een demente opa. Chagrijnige koppen aan terrasje. 'Wees nu eens dankbaar voor alles wat wij voor jou doen'.

Waarom doen deze gezinnen dit zichzelf aan? Niemand wil zijn waar hij nu is.

Veel fitte oudjes ook op de camping. 70plussers, 80plussers die nog tenten en caravans opzetten bij 32 graden.

En dan wij.
Eerste vier dagen tamelijk radeloos door continue ruzie tussen onze kinderen, gevechten die allengs fysieker en ronduit gewelddadig werden, leidend tot ouderlijke twisten hoe hiermee om te gaan. Het kostte wat rode wijn om toe te geven: we wisten het allebei niet.
Waar we het wel over eens waren: dit is geen vakantie. Terug of niet teruggaan, was zelfs even de vraag.

Maar na 4 dagen hadden we ons ritme gevonden.
Wakker worden, badpak aan, en zo een duik in het meer, dat nogal opschepperig Le Grand Lac heette, wat voor dit meertje overdreven was. Borstcrawl naar de overkant (ik heb 'm eindelijk onder de knie).
Man maakt fietstocht en komt niet terug. Lekke band.
In 3 dagen de nieuwe Murakami uit.
Uitstapjes met de kinderen naar plekken die ik, bij binnenkomst, opeens herkende uit mijn jeugd: oja, de druipgrot, oja een waterval.
Kinderen die zelfstandig over de camping, langs het meer zwerven en af en toe een boterham komen halen.
Een uur voorlezen met uitzicht op het meer.
Sardientjes op de barbecue, die toch weer koud worden wegens ontembare woede van zoon.
Begin van finale WK missen wegens ieder gebrek aan tijdsbesef: opstaan wanneer de tent te heet is om te blijven liggen, eten wanneer je honger hebt, naar bed als je moe bent.
Steentjes keilen op het water bij zonsondergang.
Vriendjes en vriendinnetjes aan de tent die willen spelen met onze zoon en dochter.
Nieuw record met badminton met dochter.
Goddelijke gazpacho op een terras. 'Magnifique', zei ik tegen de eigenaar. Die dat belachelijk vond, een magnifique voor een gazpacho. 'Misschien kwam-ie wel uit een pakje', zei R.
Zoon die zichzelf de schoolslag aanleerde/ afkeek.
Roeien naar de overkant van het meer in onze zojuist aangeschafte opblaasboot, 'midden in de nacht', volgens kinderen.

Zoiets dus, onze vakantie.

Twee dingen die niets met elkaar te maken hebben, maar allebei in Nijmegen plaatsvonden

Een vol weekend, dat begon met een leesbeurt in Nijmegen. Een seminar over zin, zingeving en onzin van de academische carriere.Mea heeft daar dingen over gezegd (stukadoors en dakdekkers zijn heel wat nuttiger voor de samenleving) en ik lardeerde het zingevingsvraagstuk met wat quotes van Mea. Een experiment dat volgens mij goed uitpakte. Bijzondere club.

Na afloop dronken we nog wat bij het Cultuurcafe, een kroeg op de campus waar ik 15 jaar gelden veel uren heb doorgebracht die ook aan mijn proefschrift besteed hadden kunnen worden. Alas. Weer zat het vol. Nog zat het vol.

Ik kende veel gezichten. De bibliothecaris groette me, na mijn afwezigheid van 10 jaar, alsof ik nooit was weggeweest.

Een jongen, nu een man natuurlijk, met wie ik mijn allereerste college had gevolgd, nouja, dit is Nijmegen, dus dan heet het Probleem Gestuurd Onderwijs en moet je gezamenlijk een fietstocht door Nijmegen maken bij wijze van college, hief het glas met mij. We proostten op het PGO fietstochtje.

Een bevlogen onderzoeker stelde vast dat ik positief ben over Nijmegen- wat zo is.
-Waarom wilde je hier dan niet komen werken?
-Hoezo? vroeg ik.
-Nou, je was genoemd.
-Leuk om te horen, maar ik ben nooit gevraagd.
-Dat zou jij toch doen? vroeg hij toen aan zijn buurman.
-Is dat zo? zei zijn collega lachend.

De volgende dag een bruiloft met louter goeie vibes, leuke mensen en hilarische gesprekken--en een 1 sterrendiner.

Op de bruiloft ontmoette ik een man van wie ik mijn eerste auto ooit had gekocht voor 100 gulden. Een Opel Ascona die ik nooit weg had moeten doen.
En volkomen onverwacht liep ik in de armen van mijn eerste jeugdliefde op wie ik minstens 12 jaar verliefd ben geweest.

De bruiloft tilde me op, nog steeds, zoals goeie feesten dat soms kunnen doen. Het bruidspaar was ongelooflijk gastvrij en alle daggasten mochten na een sterrendiner blijven logeren in een hotel. De gasten waren welwillend, onorthodox en enorm grappig. Ik stond op blote voeten, net als een paar andere vrouwen na 2 uur 's nachts. De hakken waren leuk, maar nu had ik andere prioriteiten. 'Frizzle Sizzle! riep de man die mij in 1993 de auto had verkocht.

Veel van de mannelijke gasten had ik als student gekend. Met sommigen van hen had ik nog nooit gesproken -of zij niet met mij. Zij vonden mij, denk ik, toen stom. En daar was alle reden toe. Maar nu was dat geen optie, elkaar stom vinden. Je bent gast en je zit naast elkaar aan tafel. En dus hadden we fantastische gesprekken. Met heel veel lachsalvo's tussendoor.

Een neveneffect is ook nog eens dat ik weer verliefd ben geworden op mijn man. Want hij was ook heel leuk en grappig en begreep het dat ik zelf ging tappen voor het gezelschap in een hotelbar die gesloten was om 3 uur s nachts.
- Je hield me niet tegen, zei ik vanochtend.
- Ik vond het een mooi gezicht, jij weer achter de bar, zei hij.

Biologieles

Met mijn kinderen (7 en 5 jaar) besprak ik wat er verandert in het kinderlichaam als meisjes vrouwen worden en wat als jongetjes mannen worden.
Met de meisjes waren we snel klaar.

Nu de jongens.
Die krijgen haren op hun wangen.
Heel goed. En wat nog meer? vroeg ik.
'En een dikke buik. De meeste meneren hebben een dikke buik' zei mijn zoon.

Oranje

Vandaag liep ik mijn rondje om de Kuip. Bij het stadion begon het opeens te hozen. Onder het viaduct stonden groepjes te schuilen tot ze het stadion binnenmochten om de wedstrijd samen te gaan bekijken. Dicht opeengepakt stonden jonge gezinnen, stoere krachtpatsers, vaders met dreumessen op de schouders, pubers, stelletjes en bejaarden. Allemaal met oranje boa's, oranje hoeden, en oranje leeuwenstaarten. Ook de oranje lange jassen met achterop 'Bonds coat' deden het goed.

Er reed een busje voorbij met drie werkmannen op de voorste bank. Ze hadden hun raampjes open en hun muziek schalde onder het viaduct. De man meest links blies op een oranje toeter. De andere twee zongen mee met de muziek: Olé, Olé olé olé.
Als drie dikke zorgeloze babies zaten die gezichtjes achter het raam van het bestelbusje geplakt.

Onbegrijpelijk, maar onmiskenbaar aandoenlijk.

Lome druppels

Wel of niet op de fiets naar mijn werk, dat was niet eens een vraag vanochtend. Ik had er zin in. Hoe anders begint de dag met een uur fietsen.

[Onverwacht neveneffectje: de auto's werden opeens mijn vijand. Vieze, stinkende dingen. Ofnee, geen vijand. Ik verachtte ze meer. Niet de automobilisten, maar die blikken dingen. Ik genoot ervan hoe ze toeterden en stilstonden en langs elkaar probeerden te friemelen en de weg blokkeerden, terwijl ik er fluitend langsfietste.]

De terugreis. Het had de hele middag al gedreigd, maar toen ik op de fiets stapte was het grijs maar droog. Zienuwel. Het is bijna altijd droog in Nederland. Ik fietste langs vaarten, weilanden, een crematorium en een rommelig industrieterrein waar iedereen zich 'reus' of 'koning' noemt: de verfreus, de bandenkoning en nog meer variaties. Veel autokerkhoven ook. En een pony die in een weide staat waar een boksbal hangt.

Net voorbij de pony begonnen dikke, druppels te vallen. Loom bijna. Pas in de straat met de onverkoopbare huizen (sommige huizen hadden de borden van twee verschillende makelaars op hun raam geplakt) werden de druppels stralen.

In het begin trok ik mijn schouders op.
Alsof je dan minder nat wordt.

Bij het stoplicht sopten mijn voeten hoorbaar in mijn gympen. De mevrouw naast mij, zij wel in goede regenkleding en de oranje lippenstift nog fris in het beregende gezicht, zei dat het lang geleden was dat ze zo doorweekt was geweest. Ze keek er blij bij. Maken we dat ook weer eens mee.

Ik fietste verder. Mijn ademende (yeah, right) regenjakkie plakte aan mijn blote armen.

Bij de oude ingang van diergaarde Blijdorp zag ik Sammy schuilen onder een afdakje. Hij rookte een sigaret, vlakbij de flamingo's. Hij strekte zijn wijsvinger, een klein gebaar maar. Kijk omhoog, zei hij. Want dan word je lekker nat.

It was the kooi, stupid

Al eerder, in 2003, toen nog blogspot louterlog, haalde ik het gedicht van Marsman aan. Ik dacht toen dat het gedicht ging om de ongekende mogelijkheden: ook nog na je vijfstigste kan het roer nog 6 maal om.

Nu herlas ik het gedicht.
Het was niet het roer, maar de kooi! [als ik niet meer gekooid / in dit zwerfziek verlangen]

Misschien is dat wel kenmerk van goede literatuur -dat je verschillende dingen erin kunt lezen op verschillende momenten in je leven. In dit geval denk ik dat ik het gedicht gewoon niet had begrepen, al weet ik niet hoe ik daar over zeven jaar over denk.

Brief aan een vriend / Hendrik Marsman


Tracht, na uw vijftigste jaar,
langzaam te leren, dat het goed is
als de bladeren vallen;
de sterken worden dan toch nog lang niet gerooid;
zeg tot uzelf: 'ik wil pas vallen
onder den winterstorm',-
mij kan soms nu het verlangen al overvallen
naar onze latere jaren,
als ik niet meer gekooid
in dit zwerfziek verlangen
wonen zal in het huis aan de brede rivier.
hoe goed zal het zijn
de dagen te laten verstrijken
met roeien en jagen;
om verweerd en rijzig het land te doorlopen
en te ervaren dat het verhaal van ons leven
den slag van het water gaat krijgen
dat wij rijpen bij wind en weer.
dan slaat ook de gloed niet zo licht meer
met snelle en vluchtige slagen naar buiten
in gelach en geween;
maar er zal een stil vuur in ons zijn,
verborgen in merg en been,
zwervend door het oneindige land
zullen wij sterker en rustiger zijn,
opgenomen in het stromend verband
der seizoenen, dieper verwant
met de ruimte en het wisselend weer,
en dan?
dan zitten wij 's nachts bij het vuur
en ik lees u voor uit een boek,
dat ik dan heb geschreven,
een boek als "De Waterman".
of lacht ge, dat dat niet kan?
waarom niet, ik ben immers nog jong.
kent gij de verborgen wegen?
het roer kan nog zesmaal om!
laat uw humor, uw gloed, uw snelle boosaardige tong
u vooral niet begeven
en bezoek mij, eenmaal,
in het huis van mijn ouderdom.

Uit:
Verzamelde gedichten / Hendrik Marsman,
uitgegeven bij Querido
ISBN 90 214 1094X

Columns
Per eind mei verschijnt een wekelijkse column van mij in het AD Rotterdams Dagblad.
> lees verder
Loutermail:
louterlog@gmail.com
Feeds:
atom/rss


Bestellen via Louterlog


Blogroll: