Mijn column voor Delta
Deze keer vergaderde het onderzoeksteam in Londen. In een Club. De gastheer gaf als summiere instructie dat ik de Club kon herkennen aan een red banner above the door as identification.
Maar hoe heette die club dan? "No clubs have names on doors there."
Toen ik vroeg om straatnaam en een huisnummer kreeg ik als antwoord dat hij de eerste kon geven, maar "don't rely on the number being visible".
Op het afgesproken tijdstip liep ik de trap op van het gebouw zonder naam, zonder nummer. Toch gevonden. In de grote hal met pilaren en marmer werd ik opgewacht door de gastheer. We deden een rondje: de oesterbar, levendig met pianist; een zaal waar stilte heerste en waar men ofwel schaakte of tric trac speelde; een mooie bibliotheek waar de aanwezigen - allen 75+ - aan het bridgen waren; een prachtige snookerroom; een Ladies drawing room met bloemetjesbanken waar de dames ofwel gintonic ofwel champagne dronken; nog een dinner hall met mannen in smoking - een rugby celebrity signeerde zijn autobiografie. Ik verwachtte elk moment Madonna tegen het lijf te lopen.
Over een galerij liepen we naar het trappenhuis met marmeren treden. Helemaal beneden, geheel onverwacht, lag daar het meest luxueuze zwembad dat ik ooit heb gezien. Het was omringd door pilaren met ingelegd mozaïek. In de hoge ruimte stonden antieke stoelen in koloniale stijl. Naast het zwembad lagen vier squashbanen met daarachter pluchen stoeltjes voor de toeschouwers. Na de bordjes 'strictly no sportswear beyond this point' kwamen we in weer een bar. Daar heersten strikte regels omtrent het dragen van werktassen (niet toegestaan) en het spreiden van werkpapieren op tafels (een doodzonde). In een volgende ruimte gingen we zitten in lage leren fauteuils. Het haardvuur knisperde.
De vergadering was productiever dan de bijeenkomsten in Delft Zuid.
Maar waar bleef Madonna?

