Mijn gesprekspartner hanteert altijd andere categorieen om de wereld te ordenen. Dat maakt hem verrassend en dus leuk.
We komen op heer X, die we volgens mij bij het complot moeten betrekken. Mijn gesprekspartner aarzelt: hij is bang dat anderen er met zijn idee vandoor zullen gaan. Ken ik heer X? Is hij echt te vertrouwen? Wie is het eigenlijk?
Ik beschrijf heer X zoals ik hem op televisie zie optreden. Ik wed dat niemand in Nederland deze meneer niet kent, behalve dan mijn gesprekspartner.
'Is het die meneer met een droef gezicht?' vraagt mijn gesprekspartner.
Groot- klein; bruin- blond; jong- oud zijn allemaal categorieen die ik zou kunnen toepassen. Maar droef?
Als ik iets te lang twijfel over de kwalificatie van de gezichtsuitdrukking van heer X helpt mijn gesprekspartner me nog een beetje: ' en heeft die van achter een beetje van dat pluishaar?'

