'Hoe wil je het hebben' vroeg mijn kapster.
'Kort' zei ik.
'Joh' zei ze. 'Maar dan moet het echt kort, anders wordt het truttig.'
'Als het maar geen stewardessenlook is'
'Verder nog wensen?'
'Nouja, iets wat ik niet hoef te fohnen of the draperen of te modelleren'
'Waar dacht je zelf aan?'
Net een huisarts, dacht ik. Die vragen ook altijd de patienten zelf hun anamnese te doen.
'Aan zo'n potten kapsel, maar wel classy.'
'Bedoel je dit?' en ze wees een plaatje aan in een groot kapselboek dat ik precies maar dan ook precies bedoelde.
Drie uur zat ik in de minimalistisch ingerichte kapsalon. Je zou kunnen liggen op de fatboys met een kunsttijdschrift in je hand, maar ik was niet zo van het liggen vandaag door omstandigheden waar ik geloof ik niet op terugkom. Iets met een huisarts in ieder geval. Dus zat ik drie uur lang op een rechte stoel. De kapster kletst niet en ik las mijn boek uit (B.S. Johnson. De dubbele boekhouding van Christie Nalry).
Vroeger, toen alles goedkoper was, verliepen mijn kappersbezoeken heel anders. In de 14 jaar dat ik in Nijmegen woonde, ging ik naar kapper Gonny in Groesbeek. Zij had haar kapsalon aan huis, in de kelder. Haar man Robbie, voormalig bouwvakker, zette ons in de verf. En dochter Cindy knipte ook. Kleinzoon Dion kroop rond tussen de restjes klein chemisch afval. Het was gezellig in de kelder. Iedereen sprak met iedereen over het weer, de affaires van bekende nederlanders en pakte Dion op en gaf hem alweer een koekje of een snoepje. 'Pinnen is helaas niet mogelijk' zei Gonny tegen elke nieuwkomer.
Als ik zei dat ik het kort wilde, zei Gonny dat ik dat niet moest doen. Dat ik daar spijt van zou krijgen. Dat ze er een mooi kleurtje in zou doen. Met vakkundig opgestoken haar met 23 klemmetjes en veel haarlak verliet ik dan de kelder, de afspraak over 6 weken weer ingepland.
Het is anders, maar niet per se beter, zei laatst iemand tegen mij over een soortgelijke verandering in een andere levenssfeer.

