We zetten ons grofvuil buiten: een slee, een kapotte fiets, spelletjes uit onze tienertijd, lekke zelfopblazende campingmatjes, lijsten en lijstjes, Perrysport rugzakken, glaswerk dat we 'extra' hadden voor als we een feestje hadden, oude matrassen, vakantiekunst waarvan we ooit overtuigd waren.
Hoezeer grof vuil een eigen verhaal vertelt, het is in zijn optelsom toch weer behoorlijk universeel.
Ik nestelde me voor ons raam.
Binnen een half uur was de fiets weg. Een jongen voelde of het echt waar was. Een fiets die niet op slot stond. Hij aaide de scheve en gehavende fiets en nam 'm mee. Ik voelde me als een moeder van een asielhondje dat een goed huis had gevonden.
Toen kwamen er vrijwel tegelijkertijd een mercedes en een wit busje voorbij. De man uit de Mercedes stapte uit en monsterde de baal grofvuil. Daarna stapte drie mannen met capuchons uit het witte busje. De man met de mercedes verdween schielijk. De mannen zochten spullen uit, en laadden hun busje vol. Ondertussen kwamen andere buren naar buiten, die ook hun steentje bijdroegen aan de grofvuilhoop. Hoezeer ook nieuwe troep werd aangedragen, de berg wilde maar niet groeien. Telkens waren er georganiseerde groepjes die de boel professioneel afroomden.
Onze buurman kwam naar buiten en vroeg aan de busjesmannen of ze naar ijzer zochten. Inderdaad. Als ze mee naar boven liepen, mochten ze iets zwaars hebben wat hij niet kon tillen in zijn eentje.
Daarna kwam alsnog de Mercedes. HIj nam het glaswerk en vier rijen boeken en een gietijzeren antieke kooitje mee (sorry pappa). De berg is weer geslonken tot een kwart van wat het was op zijn hoogtepunt. En weer een nieuw busje.
Ik ga er eens even goed voor zitten vanavond. Wie komt na wie, wie troeft wie af, wie staat uiteindelijk met lege handen. Grofvuil. Spannender dan de DSB-perikelen.

