Stadsinitiatief, vers beton en Van den Akker

Geëngageerd links Rotterdam is uitgelopen naar BAR, hipste kroeg van Rotterdam. Er is een debat georganiseerd door Vers Beton, het online tijdschrift. Eerder deze avond ging het over andere zaken, maar nu hebben we het over het stadsinitiatief. De zaal zit vol hippe twintigers en dertigers: vrouwen met asymmetrische kapsels met knalrood gestifte lippen; mannen met zwaar omrande brillen en met wijde of juist extreem skinny broeken.

De zaal is ongemeen kritisch over het stadinitiatief. Vragenstellers verwoorden de verontwaardiging: de opkomst bij het stemmen op het stadsinitiatief is gering; het is belachelijk dat de grote verliezer nog een paar ton in de schoot krijgt geworpen; hoe kan het dat speeltuinen, buurtcentra, musea en festivals worden gekort en er wel geld is voor dit soort dingen; het is onverantwoord om met deze bedragen tijdens crisistijd te strooien en hoe zit het met het tarief van de participanten van de winnaars.

De zaal is muisstil als Marianne van den Anker het woord krijgt in reactie op de vragenstellers. De voormalig wethouder namens Leefbaar Rotterdam is  voorzitter van het bestuur van het stadsinitiatief. Ze geeft de vragenstellers weerwoord. Er is slechts een man die haar bijvalt bij feiten of opmerkingen die haar zouden kunnen steunen. De vragenstellers staan in de rij. Een tegen allen, dat lijkt een gewonnen race. Echter. Het optreden van Marianne van den Akker is eerst wat geharnarst, maar krijgt allengs het iets uitdagends. Ik zou bijna zeggen ‘iets frivools’. Hier zit een stoer wijf dat een zaal stil krijgt over een onderwerp waar iedereen  bedenkingen bij heeft. Een kritische vraag pareert ze met een grappige boomerang-vraag die in geen enkel opzicht een antwoord is maar als de vragensteller bezwaar aantekent, gaat de interviewer toch overstag. De zaal wordt stiller. Na het debat staat Marianne van den Akker, mobiele telefoon in haar bh, iedereen te woord.

Mijn conclusie: Samen met het raadslid Tom Harreman (pvda)  vraag ik me af waarom Vers Beton zich niet aanmeldt voor Stadsinitiatief 2014. Wat zij neerzetten is een steun in de rug waardig. Verder concludeer ik dat het geen vraag is OF maar WANNEER van den Anker terugkeert in de Rotterdamse politiek.

Afvallen enzo

Een jaar geleden begon ik aan een programma bij een Health Coach. Het programma was wetenschappelijk verantwoord en omvatte sportadviezen en voedingsadviezen en ook nog iets met stressmanagement. In ons gezin voerden we het programma tamelijk rigoureus in: zaden, noten, fruit en groente waren allemaal prima en weg met de dierlijke vetten. Alle zuivel en vlees verdween van ons menu. Niet meer ontbijten met magere yoghurt, zoals ik al twintig jaar deed. In plaats daarvan kochten we soya yoghurt. En ’s avonds vegetarische balletjes. Bovendien sportten we elke dag een uur.

De resultaten waren spectaculair. In de eerste zes weken viel mijn man zo’n 7 kilo af en ik ongeveer de helft, maar dat schijnt een normaal verschil te zijn tussen mannen en vrouwen. We gingen door en we vielen nog meer af.

Maar goed. Toen kwam de zomer met heerlijke middagen die op terrasjes begonnen met witte wijn en eindigden met nog meer wijn en doe ook nog maar wat van die olijven en bruschetta. Op de barbecue is een lamskoteletje ook wel eens lekker na al die soyabrokken. In de herfst is het gezellig om met vrienden aan de port en een kaasplankje te zitten. Een uur per dag sporten is toch niet vol te houden in de regen en hagel. En wat is de kerstvakantie zonder goede diners? Onlangs was mijn jaar-meting van dit Health programma. Ik woog precies een kilo meer dan toen ik aan dat programma was begonnen.

Dus maak ik me, voor de zoveelste keer, op voor een nieuwe lange-termijn verandering die voor eens en altijd moet leiden tot een gezonder lichaam. Andere coach, andere adviezen. ‘Soja yoghurt?’ informeerde hij geschokt, alsof ik met jus besmeurde vingers zakken drop verorberde om vervolgens de slagroomspuit aan mijn mond te zetten. ‘Het is algemeen bekend dat soya bij vrouwen kan leiden tot vetophoping op buik en heupen. Dat komt door een verstoring van de oestrogeen-spiegel.’

Hoe ingewikkeld wil ik het mezelf maken? Ooit sportte ik op een sportschool waar een bord hing aan de spiegelwand: ‘Beweeg meer, eet minder.’ Misschien moet ik dat maar eens gaan doen, om te beginnen met de Ladiesrun zondag aanstaande.

Rufus en Lee Towers

Aansluitend aan mijn werk is er een verjaardagsborrel in Amsterdam. In mijn kantoorkloffie arriveer ik op het feestje. Wegens gebrek aan files en de ronduit overdadige parkeergelegenheid in hartje Amsterdam ben ik aan de vroege kant. Buiten de gastheren is er nog maar een andere gast. De mooie man met krullen en een geel hoedje geeft me een hand en stelt zich voor. Aangenaam, Rufus. In het Engels maken we een praatje over het weer, over hoe hij de jarige gastheer kent en wat hem zoal bezighoudt. We hebben een kletspraatje tot gasten binnendruppelen en wij beiden aan de praat raken met anderen.

Later op de avond sta ik met een vriendin te praten. Wij kennen de gastheer nog van de middelbare school en sindsdien is zijn ster gerezen tot voorbij de status van Bekende Nederlander. Onze lege champagneglazen worden continu bijgeschonken door prachtige jongens uit de bediening. De ontspanning als gevolg van de bubbels slaat opeens om bij mijn vriendin en in een vlaag van nervositeit vraagt ze met ingehouden adem: ‘Heb je het al gezien? Rufus is er ook!’ Ik was meer onder de indruk van Andre van Duin en andere BN-ers van zestigplus en ik vraag wie Rufus is. ‘Rufus Wainwright!’ Nog steeds geen blijk van herkenning van mij. Voor wie hem ook niet kent: het is een wereldberoemde zanger. Een idool dat continu in de schijnwerpers staat, is het niet met zijn liedjes, dan wel met zijn verslavingen.

Ik had het fenomeen totaal gemist. Ik luister al jaren niet meer naar de radio. De laatste plaatjes die ik kocht waren van Rod Stewart en Supertramp. Sindsdien luister ik vooral naar Bach en af en toe brengen mijn kinderen een nieuw liedje in het huishouden maar dat is van de categorie Kuikentje Piep. ‘Ik moet echt mijn best doen om niet flauw te vallen’, zegt mijn vriendin nog maar eens en we verhuizen naar het balkon.

Thuis doe ik mijn verhaal en ik verzucht dat dit me alleen in Amsterdam gebeurt. In al die jaren dat ik in Rotterdam woon, ben ik nog nooit een wereldster tegengekomen. Mijn man spreekt me resoluut tegen. ‘In de Ballentent heb je Lee Towers toch een keer gezien?’

Hoe een internationale zoektocht eindigt in IJsselmonde

Er moet een halsband voor mijn hond komen en daar kan niet te licht over gedacht worden. Een hond is een accessoire voor het baasje. Een tuttige riem of parmantig dekje stralen af op de bazin en dienen dus met zorg uitgezocht te worden. Ik zet mijn Mac aan en begin mijn zoektocht op internet. Ik beland op een Belgische site met handgemaakte leren riemen; en in Engeland is een winkel gespecialiseerd in halsbanden voor precies het ras dat ik bezit. Het is allemaal prachtig maar 75 euro is toch wat veel.

Een uurtje of wat later bezoek ik een overzichtelijke webwinkel. Kijk, precies de halsband die ik zoek: strak, van goede kwaliteit, stijlvol en stoer. Net als de bazin, zeg maar. Daar heb ik best 18,50 euro voor over.

Op de bestelpagina, tijdens het invullen van mijn gegevens, valt mijn oog opeens op het adres. De winkel in ‘dierensport en cadeau-artikelen’ bevindt zich op steenworp afstand van ons huis, in de wijk sportdorp in IJsselmonde. Beestenspul moet ik al honderden malen gepasseerd zijn op weg naar zwemles en judo maar ik had een internet-speurtocht via Engeland en België nodig om de winkel te vinden.

Ach, dan bestel ik het niet via internet maar dan ga ik wel even langs. Zo groot als Beestenspul op internet is, zo klein is de behuizing aan de tennisstraat. De ruimte staat propvol. Ze hebben alles. Er zijn kalenders met afbeeldingen van dieren, stickers van waarschijnlijk elk hondenras, waakborden, beelden, magneten, drinkbekers, sleutelhangers, broches, hangertjes en ansichtkaarten. Beestenspul lijkt op die winkeltjes in China waar ze elke vierkante centimeter van vloer tot plafond benutten voor het uitstallen van hun koopwaar. Achterin de winkel staat de deur open naar de keuken. Aan de keukentafel wordt gezellig gekletst.

Met de halsband in mijn hand sta ik klaar om af te rekenen. ‘Is deze voor u?’ vraagt de vrouw achter de kassa. ‘Nou, voor mijn hond eigenlijk’, antwoord ik. ‘Ach mevrouw, u moest eens weten hoeveel halsbanden we aan stelletjes verkopen’, knipoogt de verkoopster naar me.

Uiterst tevreden verlaat ik de winkel -die ik nooit had gevonden zonder mijn internationale zoektocht op internet.

Een vol nest, maar toch anders

Kinderen. Er was een tijd van buffelen -dat baby’s ’s nachts wakker werden, en overdag behoed moesten worden dat ze hun vingers niet in stopcontacten staken, uit het raam vielen of onder een auto liepen. Dat was ook de tijd dat er geen vermaak voor de kinderen bestond zonder een leidende rol van ons, de ouders. In die tijd wilden kinderen best stoeien, dansen, kleien. Maar alleen met papa of mamma. En ja, kleine kinderen willen eten. Niet wanneer jij dat hebt gepland, maar wel als je net in die Pasen- of Pinksterfile richting Rockanje of Ouddorp bent beland. Als die kleintjes niet willen eten, moeten ze poepen of slapen of juist niet slapen. Ze willen alles of niets, maar alleen met jou. Inslapen met jou, voorgelezen door jou, getroost door jou, gevoerd door jou.

Die periode duurt kennelijk 8 jaar. Opeens zijn mijn man en ik aan ons lot overgelaten. Onze dochter (10) heeft aangegeven dat ze niet meer door haar ouders naar school wil worden gebracht. Onze zoon (8) vindt het prima als zijn ouders ’s avonds op stap gaan of een vergadering hebben, maar als hij in godsnaam geen oppas hoeft te verduren.

Die avonden zonder ouders gaan verrassend goed. Laatst kwamen mijn man en ik thuis na een avond uit. Tot onze grote voldoening waren de chips en frisdrank niet eens op- en oja, hadden we die lucifers eigenlijk niet moeten verstoppen? Kennelijk niet.

Ook de middagen veranderen. Na schooltijd blijken onze zoon en dochter andere afspraken te hebben. Ze gaan zelf op de fiets bij vriendjes en vriendinnetjes langs. Tijdens schoolvakanties zijn er kampen van scouting of atletiek of koor. Onverhoopt zitten mijn man en ik dus opeens met zijn tweeën aan de ontbijttafel. Dat is minstens 10 jaar geleden. We maken iets van die nieuw verworven vrijheid natuurlijk. We gaan hardlopen in de duinen van Oostvoorne, we bezoeken een opening van galerie AT388 op Kop  van Zuid en we gaan uit eten op Katendrecht. Dat zijn leuke gebeurtenissen. Maar jee, we zijn de hele dag samen. Praten over de kinderen kunnen we wel. Nu nog gesprekken over al die andere zaken die ons aan het hart gaan.

Menselijke gebaren bij het detentiecentrum

Een tijd terug sprak ik een pastoor die als vrijwilliger op bezoek gaat bij mensen die vastzitten in het detentiecentrum Rotterdam. De vreemdelingen die hij bezoekt, zien uit naar zijn komst. Eens in de week een hebben ze een gesprek met iemand van buiten, iemand die naar hen luistert. Eens in de week een onderbreking van de sleur.

Tijdens een van de bezoeken vertelde een vrouw aan deze pastoor dat er een gebrek was aan ondergoed onder de vrouwen die in vreemdelingenbewaring zaten. Hij noteerde de maten van de vrouwen en publiceerde vervolgens in zijn parochiekrant een oproep voor bh’s en onderbroeken in de volgende maten. Op zijn volgende bezoek had hij tassen vol ondergoed bij zich.

Ik was geraakt door deze actie. Aan de ene kant is het een mini-gebaar: hoe moeilijk kan het zijn om een paar bh’s bij de HEMA te kopen en te bezorgen bij de detentiecentra? Aan de andere kant is het groots wat deze pastoor doet. Hij maakt met deze actie een verschil voor de mensen in vreemdelingenbewaring. Natuurlijk staat ook de pastoor met lege handen. Hij kan de wet niet veranderen. Hij kan de poorten niet openzetten. Maar hij kan wel luisteren. Hij neemt hen serieus. Eindelijk zijn de vreemdelingen gezien en gehoord.

Momenteel zijn er  bijna100 mensen in hongerstaking in het detentiecentrum in Rotterdam. Instanties als de Europese Commissie, Amnesty International en de Nationale Ombudsman hebben al vele kritische rapporten geschreven over de Nederlandse vreemdelingenbewaring. Die rapporten hebben tot nu toe nog geen verandering gebracht. Ook de zelfmoord van Dolmatov heeft nog niets veranderd.

Zolang de vreemdelingenbewaring blijft bestaan, zijn persoonlijke acties zoals van deze pastoor hard nodig. Hetzelfde geldt voor de maandelijkse wake. Een trouwe groep van ongeveer vijftig mensen verzamelt elke eerste zondag van de maand op het kale stuk asfalt voor het detentiecentrum. Ik heb niet de illusie dat de beslissers in Den Haag sidderen voor een groep die gezamenlijk ‘we shall overcome’ zingt. Daar ben ik te realistisch voor. Ik hoop dat de vreemdelingen vanuit hun cellen zich gezien en gesteund voelen. Deze menselijke gebaren zijn klein en ontoereikend, maar tegelijkertijd het enige wat we hebben totdat dit inhumane systeem eindelijk is afgeschaft.

Coole bejaarden hang-out

Die sportdagen en kleedjesmarkten zijn leuk, maar nu is het tijd voor volwassen vertier. We willen naar iets wat hip & happening is. De kinderen zijn uit logeren en nu gaan mijn man en ik het stadsleven van Rotterdam terugveroveren.

We gaan naar LantarenVenster. Ruim voor aanvang van de film zijn we aanwezig en nemen als een van de eersten plaats in de zaal. Na ons druppelt de rest van de bezoekers binnen. In de uitverkochte zaal zitten welgeteld 10 mannen. Het publiek bestaat uit vrouwen van middelbare leeftijd die opvallen op door hun gewoonheid. De dames hebben gestreepte vestjes aan, ze hebben hun zilveren haar netjes gekapt in een praktische korte coupe, en dragen hun handtasje kruislings over de borst. Het lijkt alsof Bergen op Zoom met een bus naar Rotterdam is gekomen.

De dames komen in groepjes binnen. Ze zijn een avondje uit en dat zullen wij weten. Ze giechelen en ze bijten op zuurtjes die bedoeld zijn om op te zuigen. Opeens valt het kwartje. We bezoeken de film ‘Boven is het stil’. Het is een verfilming van het gelijknamige boek van Gebrand Bakker. Dit zijn leesclubjes die het boek met de film vergelijken.

Na afloop van de film drinken mijn man en ik een biertje. Een groepje grijze dames gaat naast ons zitten. ‘Heb je het gehoord van Arie? 67 nog maar,’ zucht een dame met een enorme boezem. ‘Ja, dat is erg’, antwoordt een andere vrouw, maar we moeten het nu over de film hebben.’ De oudste vrouw in het gezelschap die zo dun en teer dat ze iets van een vogeltje wegheeft, opent de evaluatie. ‘Ik vond de film wel goed. Maar je weet, ik vind een film niet zo gauw slecht.’ Een andere vrouw frummelt het boek van Gebrand Bakker uit haar handtas en bespreekt minutieus de verschillen tussen de film en het boek. Haar observaties vallen op onvruchtbare bodem. ‘Wat een mooi uitzicht hier’, zegt het vogel-dametje. Al gauw gaat het gesprek weer over Arie die dood is.

Met onze strategie die gericht is op het beleven van coole hotspots in Rotterdam, zijn we tussen de bejaarden uit de provincie beland. Dat zegt natuurlijk niets over Rotterdam, maar alles over ons.

Luizen

In de pauze van mijn werk ga ik even de stad in. Ik zoek praktische schoenen met een lage hak die heel comfortabel zitten. De missie slaagt en ik loop langs een terras waar mijn collega's hun broodje kaas eten. 'Ik heb net een belangrijke bespreking gehad, ik kon niet met jullie mee' zeg ik, wijzend op mijn enorme tas waaruit een schoenendoos steekt. 'Ik zie dat jullie eruit zijn gekomen' antwoordt mijn mannelijke collega. De laarsjes zijn sexy en geweldig en lichtblauw en natuurlijk weer met een veel te hoge hak.

Thuisgekomen, nog steeds op vleugeltjes dankzij de shopping therapy, krabt mijn dochter zich toch wel erg veel op haar hoofd. Trouwens, ik heb ook al de hele dag jeuk gehad. Het zal toch niet, niet alweer?

Ik inspecteer de hoofdhuid van mijn dochter zoals apen elkaar vlooien. Ik zie iets. Is het een beestje of gewoon een dingetje? Het dingetje beweegt. Het is dus een beestje. En nog een. En nog een. Het effect van de shopping therapy smelt als sneeuw voor de zon. Ongedierte dat krioelt op je hoofdhuid -daar helpt geen laarsje aan, hoe blauw ook.

De rest van de avond gaat op aan het bestrijden der luizen. Ik schrob de schedels van het gezin met chemische goedjes. Daarna volgt het kammen met een speciale netenkam. De beestjes vallen als rijpe appeltjes uit onze haren. Ze liggen even spartelend op hun rug om dan brutaal weer verder te kruipen. Met onverholen genoegen druk ik ze dood. Sommige luizenlijfjes laten een rood spoor achter. Mijn bloed. De rotzakken. Met kammen alleen zijn we er nog niet. Ik verschoon alle handdoeken en de bedden. Die avond draaien vele wasmachines, met beddengoed, jasjes, petten en knuffels.

Het is niet de eerste keer dat ons huis wordt geteisterd door een luizenplaag en dat geeft toch te denken. Uit het niets creëren wij Rotterdammers een Tweede Maasvlakte, we transporteren warme lucht door kilometerslange buizen, we vangen CO2 af dat we ondergronds opslaan en in het Erasmus Medisch Centrum vinden elke dag medische wonderen plaats. Maar effectieve luizenbestrijding lukt ons in de 21e eeuw nog niet. Zou het een manier van het universum zijn om ons een beetje nederigheid te leren?

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
willemijn.dicke@gmail.com
Feeds:
atom/rss