Oom Otto was jarig geweest en aan de telefoon stelde ik voor om samen te gaan eten. Nee, ik was het met hem eens, het was niet echt nodig, maar misschien was het gewoon gezellig?
Met mijn cadeau onder de arm belde ik aan. Ik boog voorover om hem te zoenen ('je bent toch niet verkouden he, dan moet je die bacillen maar bij je houden') en hij legde het plan uiteen. We zouden met tramlijn zoveel naar een Indische toko gaan waar ook tafeltjes waren. Hij had breed geïnformeerd, en dit was de beste toko in town. Was dat allright voor mij? Hij legde mijn cadeau op de hoek van zijn bureau. Om het uit te pakken hadden we nu geen tijd.
In de drukke toko stelden wij ons menu samen, wijzend op de gerechten die de vitrine waren opgesteld en ik stelde voor om dat tafeltje, daar aan het raam te nemen.
'Nooit bij de deur. Tocht moet vermeden worden.'
We hadden het de kredietcrisis in het algemeen en over AIG in het bijzonder. En toen ik iets wilde zeggen, schudde hij zuchtend zijn hoofd. 'Daar heb jij toch helemaal geen verstand van. Dat kun je zo niet zeggen.'
Bij de kassa zag oom Otto een bekende tussen de vele mensen die hun afhaalmaaltijd aan het bestellen waren. Hij gebaarde en de jonge jongen kwam bij ons aan de tafel een praatje maken. De jongen bleek te werken in een ander etablissement waar mijn oom vaak komt.
'Jullie hebben het niet goed voor elkaar hoor. Er dringen altijd mensen voor. En niemand die het ziet' zei mijn oom.
De jongen knikte beleefd, beloofde beterschap en maakte dat-ie wegkwam.
'En hoe is het in Rotterdam?' vroeg oom Otto.
Ik vertelde over zwemles van mijn dochter, over de nieuwe burgemeester, de Maasvlakte. Met de oplopende graad van abstractie leefde mijn oom op.
Toen gebood oom Otto me de rekening te vragen. Ik liep naar de kassa en ondertussen pakte hij zijn blocnote en pen uit zijn tas. Met de menukaart vlak voor zijn neus maakte hij simultaan zijn eigen rekening op.
27 euro 30 liet het bonnetje zien.
'Klopt niets van. 25 euro 90.'
We vergeleken en rekenden en uiteindelijk had hij gelijk. Er was iets fout gegaan. Zoals mijn oom altijd op verschillen in zijn nadeel stuit.
'Ze proberen het gewoon. Nu krijgen ze geen fooi hoor' zei mijn oom en hij vulde aan 'misschien moet jij ook eens wat meer narekenen. Of je wilt arm blijven. Dat kan natuurlijk ook.'
Ik bracht hem naar de tramhalte en kuste hem drie maal, zonder protest van hem.
De volgende dag stond er bericht op ons antwoordapparaat. Hij was zeer, zeer erkentelijk voor het cadeau. En voor de hele avond.
(en weet iemand waarom mijn pingding het niet meer doet bij blogrolling?)

