- Met Otto.
- Met Willemijn.
- Zeg ja!
- Hoe is het met u?
- Dat is niet terzake. Ik had je moeten bellen over het tijdstip. Maar de boel is verkalkt bij mij.
- Ik bel u nu toch.
- Het stond wel in mijn agenda hoor, dat je morgen komt.
- Mooi. Hoe laat wilde u afspreken?
- Maar ik was het dus volstrekt vergeten. Dat is toch niet best he?
- Iedereen vergeet wel eens wat.
- Half drie.
- U wilt half drie afspreken?
- Ja. En neem je ook nog mooi weer mee?
- Wacht. Ik zal even kijken wat voor weer het morgen wordt, en ik klikte de knmi site aan.
- Nee, dat weet ik ook wel. Het wordt tien graden. Het was bij wijze van spreken.
- En nu moet ik ophangen want ik moet me nog scheren. Ik krijg morgen bezoek en dan moet ik netjes zijn. Nou dag!

