Ik had de deur van de werkcoupe nog niet dichtgeschoven, of een man die met twee linnen tasjes op schoot zat, sprak mij aan.
'Wat een mooi weer is het bij jullie. Geweldig. Ik kom zelf uit Sittard. We hebben de hele week al regen gehad. En dan hier! Zonneschijn. Hebben jullie geen regen gehad van de week?'
'Nee hoor, hier schijnt de zon altijd' permiteerde ik een kwinkslag.
'Echt?' vroeg de zestiger.
'Nee, dat was een grapje.'
Hij bulderde alsof ik een geweldige grap had verteld.
'Aha. Nou heb ik je door. Nou, jullie mogen dan mooi weer hebben, man wat is het druk hier. Overal drukte drukte drukte. Wat moeten jullie nou allemaal op een kluitje?'
Daar had ik geen antwoord op en liet een stilte vallen.
'Weet je hoelang ik erover doe, van Sittard naar de Randstad? Hoelang denk je?'
Nog voordat ik antwoord gaf, ging hij verder.
'Hoelang reis jij eigenlijk elke dag voor je werk?'
'Een uur'
'Een uur? Een vol uur? Dus dat is in totaal een uur? Of heen en terug dus twee uur?'
'Ik heb twee uur reistijd per dag'
'Dan ben je toch gek. Weet je hoever ik van mijn werk woon? 6 minuten. Op de fiets dan he. Maar jij. Laten we een etmaal nemen. Dat is 24 uur. Slapen moet je 8 uur. Dus dan blijft nog 16 uur over op een dag. En wat doe jij dan? Dan ga jij 8 uur naar je werk, half uur pauze, en dan dus twee uur, ongelooflijk twee uur, in de trein zitten. Tien en een half uur per dag ben je bezig met je werk. Plus 8 uur slaap maakt 18,5 uur. Dat moet toch anders kunnen.'
Hij schudde zijn hoofd van zoveel waanzin.
Toen hij weer begon te praten, wees ik op het stickertje met 'Stilte. Werkcoupe'
'Ik heb er geen bezwaar tegen om te praten, maar misschien willen de andere mensen werken.' zei ik.
'Ach hou toch op. Iedereen zit met een kruiswoordpuzzeltje of met een krantje. Werken. Wat nou werken. Laatst zat ik in de trein en toen ging ik bellen. Stormde drie man op mij af. Zat ik in de Silence coupe ofzoiets. Weet ik veel. Ik had in geen jaren in de trein gezeten. Maar praten is toch veel beter dan stilzijn? Daar gaat Nederland kapot aan hoor, dat niemand meer met elkaar praat.'
'Wist je dat Wilders uit Venlo komt? Dat is heel erg hoor, voor die mensen daar.'
Hier had ik even geen geschikte reactie op, maar dat bleek ook niet nodig.
'Ken je die mop van die twee terroristen die op Wilders wachten?'
(morgen verder)

