We pierden met stokjes in beekjes, we speelden verstoppertje in het bos, we fietsten over de camping, Lena voorop, mamma ga ik niet te hard voor jou, we gooiden takjes in de waterval, we werden gewekt door de haan, en nog eens, en nog eens, tot ik mijn oordoppen had gevonden, we zagen een zandiglo volgens Lena maar oma dacht dat dat het een dassenburcht was.
De caravan naast ons is nog steeds te koop.

