Afgelopen week was ik vrouw-alleen, met mijn man (die niet mijn man maar mijn vriend is, maar dat weten jullie nu wel) in het buitenland. Vroeger was dat regel, nu is dat uitzondering. Dus
- vergat ik tot drie maal toe de achterdeur op slot te doen (zijn ding);
- kregen de kinderen soep uit blik met stokbrood met heus ook nog een stukje komkommer en doe maar 2 vitaminepillen vandaag waarom dan mamma, waarom-daarom, je vindt het toch lekker, nou dan (hoe doen die werkende alleenstaande moeders dat toch, werken, thuiskomen, koken en wanneer zijn die boodschappen dan gedaan),
- zag ik de hele pippi langkous film uit (het regende ja, anders was ik echt verre wandelingen en fietstochten enzo gaam maken) en wat is dat toch ongelooflijk veel leuker dan die educatieve boboshit en andere verantwoorde maar humorloze producties.
En toen vertrok ik naar de camping. Als moeder-alleen, twee kinderen op de achterbank. Toen ik wilde afrekenen bij de kantine, de armpjes van mijn zoon om mijn linkerkuit, mijn dochter innig omstrengeld met mijn rechterbovenbeen, begon een vaste campingbezoeker een praatje. De man met zijn overhemd opengeknoopt tot aan zijn navel met wat grijze toefjes borsthaar zei dat ik er nog goed uitzag.
Ik was te zeer van mijn stuk om ook maar een beetje adrem te zijn. Ik verwacht dat collega-camping bewoners mij aanspreken op de hoogte van mijn heg, of op de inzamelen van het afval op de juiste manier. Maar niet dat iemand denkt dat hij me zo kan aanspreken, ook niet als ik onopgemaakt, in mijn legergroene tenson regenjack op slippers met twee kinderen aan mijn rokken de campingkantine bezoek.
Beledigd, dat was ik vooral, geloof ik. Die avond deed ik deur op slot en controleerde of alles goed dicht zat.

