Zo zaten we nog op een kinderfeestje in Rotterdam, en zo zaten we bij een voorstelling van Alain Platel op het Holland Festival.
'Alain Platel smeekt om mededogen in universele bewerking van Bachs Matthäus Passion>'
zegt het Holland Festival, maar of dat zo is, - universeel?- weet ik eigenlijk niet.
Mooi was het wel. Prachtig.

De enige dissonant: na afloop riep iemand uit het publiek heel hard 'Boe!' Zo onterecht. Gemeen bijna, zou ik willen zeggen als het niet zo kinderlijk klonk. Die dansers hebben virtuoos als zij zijn, erbarmen in alle gradaties en kleuren laten zien, met alles wat in hun lijf zit. En dan roept een toeschouwer, die zelf niets heeft gecreeerd, alleen maar geconsumeerd, simpelweg 'boe!'
Eikel.
We hadden daarna nog de hele nacht in Amsterdam en we hadden de kroeg in gekund. Maar in plaats daarvan dronken we chamagne op het terras van onze hotelkamer, uitkijkend over de toeristische meute die zich als mieren voortslingerden.
We wilden na die serene en absolute schoonheid niet naar een kroeg, hossend tussen de dronken Engelsen. Dat kon gewoon niet na Pitie.
De volgende dag reden we terug en glimlachten. Vanuit die andere wereld beschouwden we de onze. Wat de tijdelijke aanraking met schoonheid allemaal kan openen en kan laten zien. Ik ben nog steeds een beetje van de wereld.

