In de fabriek moesten we dozen vouwen waarin dan 12 blikjes kattenvoer pasten. Na een uur zaten mijn handen vol schaafwondjes, na een halve dag kreeg ik kramp in mijn handen, dat kan dus, kramp in je handen.
Half twaalf. Naast mij stond een respectabel torentje van kartonnen dozen gevuld met kattenvoer. Er ging een toeter. Pauze, maar niet voor mijn ploeg. Een half uur later ging weer een toeter. Mijn eerste pauze. Trap op. Achter glas, met uitzicht op de fabriekshal, aten we onze boterham.
'En jij bent zeker student'
'Ja'
Tweede pauze. Ik begon aan mijn boterham toen een pukkelig meisje tegen mij zei: 'Wij denken dat jij lesbisch bent.' Ik zei dat het waarschijnlijk weinig zin had om het te ontkennen.
Derde pauze. Een man zei dat hij had gehoord dat ik lesbisch was.
'Dat schijnen de anderen te denken ja.'
'Wij houden niet van potten hier.'
Vierde dag. Ik pak het derde blikje routineus in alweer een kartonnen doos.
Ik voel iets nats. Er krioelen maden over mijn handen. De rest van mijn ploeg lacht en giert.
'Dat doet een lesbo toch niets, een paar van die wurmpies?'

