Voor de rubriek 'de buurtkroeg' van het AD Rotterdams Dagblad, geplaatst 2 januari 2010
Op de hoek van de bar zit een heer die de zeventig is gepasseerd. Naast zijn bierglas staat een jonge klare. 'Ik mag eigenlijk niet meer roken en drinken van de artsen', zegt hij half hoestend.
'We denken iedere keer dat hij doodgaat', vult de barvrouw van De Postbank aan. 'Dan ligt hij weer voor dood in het ziekenhuis, maar dan komt hij toch weer terug.'
Ooit was hij kleermaker op een schip van de Holland Amerika Lijn. Uit zijn portemonnee komt een visitekaartje tevoorschijn. De SS Statendam is in kleur afgedrukt. Het kaartje is nog puntgaaf, terwijl het toch zo'n vijfentwintig jaar oud moet zijn.
De kleermaker was lid van de bond. Dat was hard nodig, want er was onrecht in die tijd. Sommigen kerels kregen 1 gulden 20 voor een uur overwerk, en anderen maar 58 cent, terwijl dat ook mannen met gezinnen waren. Het schip heeft wel eens een paar dagen aan wal gelegen tot het conflict was opgelost. Journalisten van het Vrije Volk en alles kwam er op af. Nu is hij alweer 23 jaar getrouwd met een Filippijnse vrouw. 'Een heel klein vrouwtje.' Haar naam kom ik niet te weten. Wel haar lengte: 1 meter 46.
Joop Hoogwerf, al 18 jaar eigenaar van deze kroeg, gaat dit jaar voor het eerst dicht met oud & nieuw. Maar een paar vrijgezellen die geen onderdak hadden zijn nu bij hem thuis uitgenodigd. Hij zit al op een mannetje of twintig. 'En Marcel' vult de barvrouw aan.
Henk, een man met een verzorgde snor met kunstig gedraaide punten hoeft niets te bestellen: bij zijn binnenkomst staat er al een glas thee voor hem klaar. Hij komt hier om met gewone mensen te praten. Hij zit namelijk in het bestuur van de jockeyclub. Nee, dat had hij zelf ook nooit gedacht, hij komt maar uit een gewoon gezin. Daar op die club zit hij tussen de advocaten en de artsen. Hij kent de Postbank nog van vroeger, toen hij een hoveniersbedrijf had. Het was nog in de tijd dat er geen draagbare telefoons waren. Zijn werknemers gingen altijd lunchen in cafés, toen mochten de mannen nog hun eigen boterham opeten in de kroegen. Als Henk een bericht had voor een van zijn hoveniers, belde hij de cafés op, want hij wist precies waar ze zaten tussen 12 en half één, en de barman bracht de boodschap over. Zo ging dat in die tijd.
'Ja, zo ging dat in die tijd', beaamt de kleermaker, terwijl hij het visitekaartje van weleer zorgvuldig in zijn portemonnee stopt.

