Voor de rubriek 'de buurtkroeg', gepubliceerd in het AD Rotterdamsdagblad, 3 november 2009
Het beige schoothondje, Beertje, loopt met lichte tred vliegensvlug over de bar, laverend tussen de bierglazen. Hij loopt tot aan het einde van de bar en kruipt dan in zijn mandje. Beertje heeft niet één glas geraakt.
Een handjevol mannen zit aan de bar van cafe Floor Beijen. Ze zijn aan het dobbelen en geven in razend tempo biertjes weg. Ik word meteen opgenomen in de rondjes. 'Er komen geen stelletjes meer in de kroeg, alleen nog maar vrijgezellen' vertelt barvrouw Petra. En die hebben het goed bij Floor Beijen. Ze halen met z'n allen Chinees, of er wordt gekookt. Nu staat er een pan erwtensoep.
Jan was hier vanochtend al om zeven uur. Voor het werk drinkt hij altijd een kop koffie aan de bar. En na het werk komt hij een potje biljarten.
Een andere Jan komt net van zijn werk. Hij is in de jaren tachtig ontslagen als uitbener toen de stekker eruit werd getrokken bij het abattoir. Dat waren rottijden. Voor iedereen dreigde werkloosheid. En volgens Jan was het niet nodig geweest. 'De gemeente wilde huizen hier bouwen, en daarom is het abattoir opgeofferd. Tot op de laatste dag werden er nog steeds 400 varkens gebracht. Dan maak je mij niet wijs dat het niet meer loopt.' Tien jaar lang was hij werkloos. Nu heeft hij werk gevonden in de beveiliging. Hij staat in de Maastunnel. 'Is dat nu een beetje veilig?'vraag ik hem. Jan stelt me gerust. Als ik een beveiliger aanspreek, dan word ik gevolgd van Noord tot Zuid, en dan kom ik gegarandeerd veilig buiten.
Een grote kerel die net nog met luide stem schuine moppen tapte, pakt een roze hondenriem. Dan roept hij Beertje. Met het schoothondje onder zijn oksel groet hij de zaak. 'Tot morgen' antwoordt iedereen.


