Voor de rubriek 'de buurtkroeg' in het AD Rotterdams Dagblad, geplaatst 17 februari 2010
Zondagmiddag in Alexanderpolder. De straten zijn stil, de wind giert door het verlaten winkelcentrum Lage Land. Maar bij Lust is het gezellig. Er is een restaurantgedeelte waar tapas worden geserveerd, en aan de voorkant is Lust een bruine kroeg. Aan de bar zitten drie mannen te dobbelen. Ze komen elke dag klokslag half vier, en dan dobbelen ze tot vijf uur. Al tien jaar lang, toen Lust nog Lamme Goedzak heette.
Op een groot beeldscherm wordt Feyenoord gevolgd. De oudste van de dobbelaars heeft al jaren een Feyenoord seizoenskaart, maar hij is vandaag te slecht ter been om zelf te gaan. Nu heeft een kroegmaatje van hem zijn kaart gekregen. Hij zal zo wel komen, de wedstrijd is bijna afgelopen. Uit het commentaar in de kroeg maak ik op dat de verrichtingen ondermaats zijn. Maar trouwe supporters blijven ze.
Aan hoge kroegtafels zit een stel op leeftijd, handje in handje. Ze drinken rode wijn. De heer is 76. Hij is sinds vier jaar weduwnaar en heeft recent de liefde van zijn leven gevonden. Ze waren allebei niet op zoek, maar het gebeurde gewoon. De vrouw aan zijn zijde straalt. Gemakkelijk is het niet: zij verzorgt thuis haar gehandicapte echtgenoot. Ze is vijftig jaar getrouwd en zal haar man nooit in de steek laten. Maar ze is wel verliefd. Dus af en toe genieten ze van een gestolen moment, en drinken ze hier een wijntje. De dame kijkt op haar horloge. Ze moet naar huis, haar man wacht.
Jeroen komt terug van de thuiswedstrijd van Feyenoord. Samen met de stamgasten wordt de wedstrijd geanalyseerd. Het elftal speelt te compact. De vleugels zijn lam. Ze zijn niet alleen supporter van Feyenoord, maar ook fan van Alexanderpolder. Sommigen wonen er al hun hele leven. Trots vertelt Jeroen dat dit de eerste nieuwbouwwijk van Rotterdam is. Het is goed wonen hier. De mensen kennen elkaar, net een dorp. Nergens is zoveel groen als hier en het ligt heel centraal. Wat nou desolaat. Het is het hart van Rotterdam.

