Felix (bijna 4) vroeg waarom die antislip stroken op de trap zaten. Ik legde uit dat ik een keer van de trap was gevallen. Ik liep op kousenvoeten de trap af en viel toen vele treden naar beneden en had schaafwonden van mijn stuitje tot mijn nek. R. ondernam meteen actie. Zo is R. En de volgende dag zaten er op alle traptreden in het hele huis van die ruwe randjes geplakt.
'Mamma. Als ik groot en sterk ben, kijk --'
Hij liet zijn spierballen zien
'zal ik onderaan de trap staan. Dan ga ik zo staan.'
Hij stond met zijn gezicht naar de trap en spreidde zijn armen en zijn benen.
'En dan ga je nooit meer hard vallen. Toch mamma?'
Geen man die me zo makkelijk aan het huilen krijgt als Felix.

