
Al in 2006 verschenen, maar het stond nog steeds ongelezen in mijn kast. Toen de taxi warmdraaide voor mijn huis, op weg naar een vliegtuig dat me naar Londen zou brengen, en ik snel moest beslissen wat ik aan boeken mee zou nemen om de gefragmenteerde tijd van wachten, riem af, laarzen ook uit, wachten, bus, metro weer aan elkaar te rijgen, twijfelde ik tussen Joyce's Ulysses (omdat je dit toch een keer gelezen moet hebben en heus, na 20 pagina's word je in het boek gezogen, schijnt, maar ik ben nooit verder dan 17 pagina's gekomen in mijn tientallen pogingen) en Bakker's Boven is het stil.
Het werd het laatste, vooral dankzij het handzame formaat van het boek, zeker in vergelijking met Joyce dan toch. Goede beslissingen worden op triviale gronden beslecht, luidt de stelling van de dag. Ben je al dronken? welnee, welnee, ik ben aan het oefenen om in de juiste gemoedstoestand voor Ulysses te geraken en ja, ik ben wat meanderend, komt door de blues, blues van een persoonlijk record dat inderdaad is gevestigd, maar dat niet de bevrediging bracht die ik ervan verwachtte, als iemand mij nu nog volgt.
Maar het boek dus. Ik kreeg geen spijt. Later las ik pas dat het zijn debuut was. Behoorlijk angstaanjagend goed voor een begin van je oeuvre, lijkt me. Wat moet je daarna nu nog schrijven? Puntgaaf, verstild, geserreerd. De auteur is toegevoegd aan mijn blogrol.

