Stop opsluiting van vreemdelingen

'Mensen zonder veroordeling op deze manier opsluiten is niet humaan', oordeelt de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer deze week over vreemdelingenbewaring in Nederland. Het gaat om mensen die Nederland moeten verlaten. Ze hebben geen geldige papieren en ze maken geen kans meer op een verblijfsvergunning. In een detentiecentrum dat alles weg heeft van een gevangenis, wachten zij op hun uitzetting. Ook Rotterdam heeft zo’n centrum. Het staat bij vliegveld Zestienhoven.

In detentiecentrum Rotterdam zitten tussen de 400 en 500 mensen in vreemdelingenbewaring, vaak onder geestdodende omstandigheden. Het regime is strenger dan voor de meeste gevangen die zijn veroordeeld. Deze vreemdelingen zitten minstens zestien uur per dag met iemand anders opgesloten in een ruimte van ongeveer twee bij vijf meter. Ze mogen twee uur per week bezoek ontvangen. Ze mogen niet werken. Ze mogen niet beslissen wanneer ze naar buiten gaan. En wat het allemaal nog erger maakt: ze weten niet hoelang deze opsluiting zal duren. Het kan oplopen tot achttien maanden. De helft van de vreemdelingen die formeel wordt uitgezet, kan om verschillende redenen niet naar het land van herkomst. Deze vluchtelingen komen terug in het centrum, waar het hele proces weer opnieuw begint.

De ombudsman laat geen misverstand bestaan: de overheid mag vreemdelingen in hun vrijheid beperken om uitzetting mogelijk te maken. Maar het is niet behoorlijk dat de overheid vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven, onderbrengt in een gevangenis met strafrechtelijke beperkingen. De inperkingen op de mensenrechten zijn te groot. Ook Amnesty International heeft Nederland al eens ernstig bekritiseerd over de manier waarop wij omgaan met vreemdelingen die niet langer mogen blijven. Er bestaan alternatieven. In andere landen wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de enkelband.

Het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt organiseert op elke eerste zondag van de maand een wake tegen de opsluiting van vreemdelingen. Om 1900 uur verzamelen iedere keer meer dan vijftig mensen bij het detentiecentrum. Het is een bonte groep. Veel mensen komen uit de kerkelijke hoek, leden van Amnesty International, een enkele aanhanger van de Occupy beweging, een humanist, een politicus: iedereen die bezorgd of verontwaardigd is over de opsluiting van vreemdelingen is welkom. Ik ben een van hen.

Met het rapport van de Ombudsman is weer een medestander gevonden in het bestrijden van dit onrecht. Nu de minister nog.

Rotterdamse musea in nood

De bezuinigingen op de Rotterdamse musea waren lange tijd alleen maar taal in beleidsnota’s, maar nu worden de maatregelen concreet. ‘Besparing of museumbeleid in Rotterdam? Huur Schielandhuis opgezegd; Havenmuseum bedreigd; sluiting Dubbelde Palmboom; Onderwijsmuseum naar Dordrecht’, twitterde ‏@StevenVdWalle afgelopen woensdag. Het twitterbericht is een van de weinige uitingen van verontwaardiging die ik heb gezien naar aanleiding van de voorgenomen bezuinigingen op de culturele instellingen. Van de Walle is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmusuniversiteit en hij is Belg. Zouden dat voorwaarden zijn om je boos te maken over de culturele kaalslag?

Natuurlijk waren er protesten van de musea die worden bedreigd. Elke club komt, geheel terecht, voor zijn eigen hachje op. Zo legde het Havenmuseum een fluorescerend anker voor het stadhuis als daad van verzet. Maar waar zijn de publieke figuren -die geen directeur zijn van deze instellingen- die in de bres springen voor het Rotterdams erfgoed? De grote stilte zou mij zenuwachtig maken, als ik verantwoordelijk was voor de besproken musea. Kan het zijn dat de meeste Rotterdamse opinieleiders niet zoveel op hebben met musea over de haven en de Rotterdamse geschiedenis? Als dat zo is, hebben deze musea dan voldoende gedaan om huidig Rotterdam aan zich te binden?

De musea verkeren in zwaar weer, op meerdere fronten, maar ik blijf geloven in hoopvolle ontwikkelingen. Tegen van de Walle zou ik willen zeggen dat de overheid zich weliswaar terugtrekt maar dat er nieuwe private initiatieven ontstaan. Zo is Jules Woei onlangs een galerie begonnen in Feijenoord: “Art at 388.” Ik was pas geleden op de opening van een expositie van de Rotterdamse kunstenares Karin de Visser. Woei hoopt dat hij met zijn galerie weer een culturele adem blaast in de Kop van Zuid. Hij pakt het groots aan. ‘Ik exposeer ook museale kunst. Weet je wat dat is?’ vroeg hij aan mij. Ik schudde ontkennend mijn hoofd. ‘Dat is moeilijke kunst, vaak grote objecten of schilderijen van grote formaten. Niet iets voor gezellig boven de bank’, lachte hij vrolijk. Zijn galerie loopt prima.

Als de ‘moeilijke kunst’ erin slaagt om zich een plaats te verwerven binnen het privaat initiatief, dan moet dat toch zeker kunnen voor de musea over de Rotterdamse geschiedenis, de haven en het onderwijs? Ik blijf hoopvol.

Columns
AD RotterdamsDagblad.
> lees verder
Loutermail:
willemijn.dicke@gmail.com
Feeds:
atom/rss