I.
Ik was ergens op werkbezoek en stond in een halletje bij de koffie-automaat. Ik kwam een bekende tegen, met wie ik een paar keer heb samengewerkt. Ik groette hem.
'En wie bent u?' vroeg hij mij. Ik noemde mijn naam, en ook maar mijn coordinaten.
Het zei hem nog steeds niets.
'O, nu weet ik het weer, ben jij het,' zei hij opeens toen hij zijn kopje koffie had getapt.
'Ja maar, ja maar, je haar zit heel anders!'
II.
Ik had ergens een sollicitatiegesprek gevoerd, lang geleden. We waren enthousiast over elkaar, de toekomstige werkgever en ik, maar toch waren er uiteindelijk kinken in de kabel gekomen waardoor mijn aanstelling niet was doorgegaan.
We hadden elkaar een paar keer gesproken, gebeld, gemaild, getutoyeerd. Deze heer kwam ik tegen op een receptie en ik groette hem en deed mijn small talk, waar ik trouwens uiterst bedreven in ben.
Toen we even stonden te praten, boog die meneer licht naar voren en vroeg:
'En u bent....?'
Ik noemde mijn naam.
En hij begon te blozen.
Ik genoot van mijn positie, de belangrijke man opeens als blozend jongetje voor mij.
'Het spijt me verschrikkelijk, zei hij. Maar u ziet er ook zo, nouja, anders uit!'
Toch wat zorgwekkend, dat men mij kennelijk niet buiten de oorspronkelijke context herkent.