Ik ging naar Spijkenisse, een plek die ik alleen als stip op de kaart van de metrolijnen kende. Het was een blauwe stip, na plaatsen als Rhoon, Portugaal en Hoogvliet.
Spijkenisse dus.
Mijn missie was duidelijk: ik moest terugkomen met een stukje over een buurtkroeg. Dat is immers mijn vak tegenwoordig: stukjes schrijven over oorden waarover anderen misschien liever willen lezen dan willen verblijven.
Ik stapte uit de metro en keek om me heen. Ik had geen idee waar de voor- of achterzijde was van het station, of welke zijde naar het centrum zou kunnen leiden. Aan alle kanten was het uitzicht identiek: leegte die werd gebroken door de lijnen van aaneen geschakelde flats. Ik geloof niet dat er veel treuriger voorbeelden van stadsplanning te bedenken zijn.
Het moet een taai volkje zijn hier. Ik was allang van de reling van de gallerij flat gesprongen.
Toen zag ik een bordje 'stadskern' met een pijltje in de richting van een kinderboerderij. Ik volgde het bordje en kwam in een verlaten centrum. Het was vrijdagmiddag en de de H&M was uitgestorven. De Hema was leeg. En zo winkel na winkel. Alleen de cafetaria's konden op enige klandizie rekenen.
En lopend door de verlaten straten in Spijkenisse merkte ik opeens dat ik neuriede.

