Deze dagen ben ik uitermate ontvankelijk. In de volksmond zou dat misschien labiel heten, maar dat is het niet helemaal, houd ik in ieder geval mezelf voor. Het is meer dat de dijken zijn verlaagd, dat de slagbomen omhoog en de sluizen open staan. Al weken. Het is nog niet duidelijk of dit te wijten is aan tijdelijk groot onderhoud of dat deze permeabiliteit (of is het weekheid?) een permanent verschijnsel zal gaan worden in mijn leven.
In ieder geval is noch ratio noch ironie in staat de mooie dingen te dempen.
Ik was verrast hoe een vallende ster mij in een heldere nacht tot tranen kon roeren. Of hoe de naakte lijfjes van mijn kinderen mij vervulden en hoe ik dan onmiddelijk terugdacht aan het feit, niet aan het moment, dat ze in mijn buik zijn gegroeid.
Maar ook de kwadere invloeden hebben vrijer spel dan anders. Eikels, minkukels, naren: dit is je kans.
En sommigen lijken dat te ruiken.
